HOME < PRAKTIJK < TUTORIALS
Tutorials

Stereofotografie: het experiment gaat verder met… één camera!

Dit is het tweede deel van mijn verhaal over stereofotografie. In het eerste deel heb ik wat achtergrondinformatie gegeven en staat mijn geworstel beschreven tijdens het bouwen van een stereocamera met twee volledig gelijke configuraties. In dit deel neem ik je weer mee met mijn verdere geëxperimenteer.
HO! Nou niet snel weglopen, omdat je niet twee gelijke camera’s en lenzen en draadontspanner-gadgets hebt! In deze tutorial gaan we aan de slag met maar één camera.

Bomen
Een stereo-opname, gemaakt in het Renkums beekdal met maar 1 camera. Fotograaf: Henk Muijs

De configuratie

Omdat er bij het maken van stereofoto’s met maar één camera niet twee precies dezelfde configuraties nodig zijn, is de keuze van het materiaal een stuk eenvoudiger. Ik kan gebruik maken van mijn fullframe-camera (niet noodzakelijk, met een cropcamera gaat het ook prima). En ik ben wat flexibeler in de keuze van een objectief. Bij het fotograferen met twee camera’s zit je met het probleem, dat de brandpuntsafstanden van beide objectieven precies gelijk moeten zijn. Bij het gebruik van één toestel, heb je dat niet, zodat ik nu een zoomlens kan pakken. Al wil ik wel in de buurt van de 50mm blijven, omdat dit het beste overeenkomt met het menselijk oog.
Wat blijft is de lange statiefplaat, de draadontspanner en omdat ik staande foto’s wil een L-bracket. En natuurlijk een stevig statief. Heb je geen L-bracket, dan kun je de camera ook in liggende stand gebruiken. Maar omdat de foto’s dan al snel erg breed worden, kun je in dat geval beter voor een vierkante uitsnede gaan. En in plaats van een hele lange statiefplaat kun je ook een macro-instelslede gebruiken als je die toevallig hebt liggen.
Er verschijnt wel iets extra’s in mijn cameratas. Een setje watervaste viltstiften in allerlei handige kleurtjes.

Mijn configuratie. De camera zit vastgeschroefd op een lange statiefplaat, die in de snelkoppeling van het statief heen een weer kan schuiven. In dit geval schuif je dus niet de camera t.o.v. de slede heen en weer maar camera met slede t.o.v. de snelkoppeling in het statief. Fotograaf: Henk Muijs

 

Een macro focusing rail is ook bruikbaar. Zeker als hij, zoals deze, een handeltje heeft om snel te kunnen schuiven. Fotograaf: Henk Muijs

De opname

Nog meer dan bij een enkele opname, is het van belang dat de camera op het statief goed waterpas staat. Anders moet je straks twee foto’s recht gaan zetten. Daarna is het een kwestie van de juiste instellingen bepalen. Doe dit bij voorkeur in de handmatige stand (M). Je wilt immers dat beide foto’s exact gelijk worden wat instellingen betreft. Alleen de verschuiving mag verschillend zijn. Ook het scherpstellen gaat met het handje, zodat foto 2 niet opeens ergens anders op gaat focussen. En dan is het een kwestie van afdrukken, de camera 6cm verschuiven en nog een foto maken. In het eerste deel van de tutorial heb ik de regel van 30 genoemd. Ook nu ga ik verder niet met allerlei cijfers en formules goochelen, maar hiermee kan ik grofweg bepalen hoe ver weg mijn voorste element in het beeld moet blijven. De minimumafstand tot het meest dichtbije onderwerp mag maximaal 30x de afstand zijn tussen de verschuiving. Als ik dus een verschuiving van 6cm doe mag het meest dichtbije object 30x6cm, is 180 cm, ver weg zijn, niet dichterbij! Een kleine twee meter dus. Je ziet dat ik allerlei getallen afrond, het komt allemaal niet op de millimeter precies, en ik heb echt geen rolmaat in mijn fototas.

Handige streepjes. Nu zie je ook waar ik de viltstift voor nodig had. De camera staat nu klaar voor de linker foto (rechter rode streepje). Het linker rode streepje is voor de rechter foto. Misschien verwarrend maar dat had te maken met het feit dat in dit geval de hele statiefplaat t.o.v. de snelkoppeling beweegt, de camera is star op de statiefplaat gemonteerd. Het zwarte streepje is eigenlijk het midden tussen beide foto’s in. Fotograaf: Henk Muijs

Beweging

Bij stereofotografie met twee camera’s en bij fotografie met camera’s met twee lenzen, worden beide foto’s tegelijk gemaakt. Ieder element in het beeld bevriest op exact dezelfde tijd. Bij gebruik van één camera zit er tijd tussen twee de opnames. Dat betekent, dat er geen bewegende elementen in het beeld mogen komen. Nou, dan kunnen we het in Nederland wel vergeten. Het waait altijd wel wat. Kleine bewegingen blijken echter geen probleem te zijn, en dat heeft te maken met hoe wij kijken. Mensen kijken met hun dominante oog (link naar: Tips voor handmatig scherpstellen. Deel 2: Met welk oog kijk je door de zoeker?) En het andere oog wordt gebruikt voor extra informatie, om diepte te kunnen zien. Dus wat bewegende blaadjes zijn toch scherp, omdat onze hersenen voor dat deel van de informatie maar van één van de twee foto’s gebruikt. Wat zijn onze hersenen toch briljant, was ik maar zo slim.

Nog een opname in het Renkums beekdal. De blaadjes wiebelde best wel, toch oogt de stereofoto scherp Fotograaf: Henk Muijs

Veraf en dichtbij

Met de regel van 30 kun je leuk spelen. Als je de voorwerpafstand weet, dan kun je daaruit berekenen hoeveel je de camera moet verschuiven. Zit ik op 30 cm van mijn onderwerp af, dan hoeft de camera maar 1cm op te schuiven. En dan zie je meteen een groot voordeel van het gebruik van één camera: met twee camera’s naast elkaar lukt dat nooit. Maar hoe dichter je op het onderwerp zit, hoe storender worden bewegingen.

De andere kant op kan ook. Ons stereobeeld werkt maar een meter of honderd. Dat komt door de afstand tussen onze ogen. Maar de camera heeft die beperking niet. Als ik de camera 10 meter verplaats tussen de opnames, dan zie ik stereo tot 3 kilometer! Verwacht daar niet te veel van, het lijkt het meest op een ouderwetse kijkdoos met coulissen. Maar toch handig, deze techniek is onder andere op de maan gebruikt. Je moet er wel voor zorgen, dat de boel waterpas blijft.
Ik ben daar zelf nog niet mee aan de slag gegaan, dat is misschien iets voor een volgende keer.

Bekijken van stereofoto’s

Hoe ik mijn foto’s bekijk wisselt een beetje. Ik ben begonnen met uitprinten, maar ik bekijk ze nu op de telefoon. Ofwel zonder hulpmiddelen, behalve dat ik mijn hand tussen de twee beelden hou, ofwel met behulp van een tweedehands antieke stereoscoop, waarvan ik de fotohouder terug klap. Wat ook een mogelijkheid is, dat is de dino-kijker, die een paar jaar geleden bij de dino-plaatjes van de Albert Heijn zat.

Twee stereoscopen, die zijn te gebruiken, samen met een telefoon. Links een oude (normaal hou ik de telefoon er gewoon achter, voor de foto even vastgezet) en die duikbril rechts is de dino-kijker van AH. Fotograaf: Henk Muijs

Elk voordeel heeft zijn nadeel

Ik heb jullie mogen meenemen met twee van mijn knutsel-experimenten. De eerste met twee camera’s, de tweede met maar eentje. Beide technieken hebben zo hun voordelen en beperkingen.
Bij twee camera’s hebben we maar één opname, dus bewegende onderwerpen mogelijk, als ze tijdens de opname maar bevriezen. Maar veel gesjouw en speciale onderdelen nodig. En een volledig gelijke, dubbele set is duur.
Bij één camera hebben we tijd tussen de opnames, dus bewegende onderwerpen zijn uitgesloten. Wel kun je veel van je bestaande spulletjes gebruiken en ben je wat flexibeler in je lenskeuze. En veel minder gesjouw, die statiefplaat valt nog wel ergens in de rugzak te proppen.
Voor mijzelf ga ik lekker door met experimenteren met beide sets. En als daar nog wat leuks uitkomt, dan komt er misschien ooit nog een vervolg. Ik hoop dat ik jullie nieuwgierig hebt gemaakt en ben benieuwd of er mensen mee aan de slag gaan.

Deel dit artikel


0
REACTIES
BEKIJK REACTIES en PLAATS UW REACTIE

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *