HOME < INSPIRATIE < LIJSTENBRIJ
lijstenbrij

12 levende broeikaseffecten

Het klimaat verandert. Door broeikasgassen blijft er meer warmte in de dampkring hangen en de aarde warmt op. Kun je dat ook terugzien in de natuur in Nederland? Het antwoord is JA! De laatste decennia is er een opvallende toename van zuidelijke soorten. Vroeger meden die ons koude kikkerlandje, nu zien we ze een voor een verschijnen. Van curiositeit tot nieuwe inwoner. Hier een paar voorbeelden van deze immigranten. De een is wat meer welkom dan de ander…

12 levende broeikaseffecten
Koninginnepage. Fotograaf: Ron Poot
Delen

Broeikasgassen in de lucht zorgen er voor dat de aarde op temperatuur blijft. Waterdamp, methaan en koolstofdioxide zijn voorbeelden. Door menselijke invloed stijgt het aandeel broeikasgassen in de dampkring, waardoor de temperatuur op aarde stijgt. Klimaatdeskundigen verwachten dat dit op den duur negatieve effecten voor het menselijk bestaan oplevert. De broeikaseffecten kunnen delen van de wereld onleefbaar maken voor mensen. We leveren allemaal ons aandeel aan de toename van broeikasgassen in de lucht, al is het maar door uit te ademen. We noemen dat de “Carbon Footprint”, de bijdrage aan broeikasgassen uitgedrukt in eenheden koolstofdioxide.

Het broeikaseffect in de natuur om ons heen? Ik hoef niet ver te zoeken. In mijn fotoalbum van dertig jaar terug zie ik op foto’s van een tripje op 5 mei dat de eerste narcissen en bosanemoontjes net staan te bloeien. Dit jaar staan ze al in maart volop te pronken.

En dan nu: de opmars van de zuidelijke soorten! Twaalf levende voorbeelden van het broeikaseffect.

 

 1. Zuidelijke glazenmaker

Zuidelijke glazenmaker. Fotograaf: Es en Faz Macromia.nl

Deze forse libel zag je vroeger niet ten noorden van Frankrijk, maar de laatste tientallen jaren is hij elke zomer wel te vinden in ons land. Het zijn vooral zwervers die je hier ziet, want zich voortplanten is nog iets te veel van het goede. Wie weet verandert dat ook nog op termijn. Deze zomergast is een echte schoonheid met zijn opvallend mooie blauwe ogen en lijf. Een aangename ontmoeting.

 2. Bont kroonkruid

Bont kroonkruid. Fotograaf: Franca Blom

Zuid-, Midden-, en Oost-Europa is de oorspronkelijke vindplaats van bont kroonkruid. Steeds meer kom je hem tegen in Noordwest-Europa en ook in ons land. Het is een prachtige plant, die rijk bloeit met roze-en-witte bloemen. Het vaakst kun je deze zuiderling tegenkomen in de riviergebieden, aan dijkhellingen bijvoorbeeld. Niet zo gek, veel zuidelijke soorten “dringen binnen” via de rivieren, waar het microklimaat kennelijk wat milder is dan daarbuiten. Inmiddels tref je de fraaie vlinderbloemen ook steeds vaker aan in het binnenland. Wees er op tijd bij als je hem tegenkomt en wilt fotograferen, want het nietsontziende maai-regime van de gemeentelijke plantsoenendienst houdt geen rekening met het voorkomen van deze bijzonderheid. Zonovergoten plekken in overhoekjes, braakliggende terreinen, vergeten dijkjes en bermen bieden nog de beste overlevingskans.

 3. Wespenspin

wespspin
Wespspin. Fotograaf: Johan vd Wielen

Tijgerspin of wespspin heet hij ook wel. De zwart-gele tekening is kenmerkend voor deze forse spinnensoort, die van oorsprong uit Zuid-Europa komt. Zie ook de soortbeschrijving en fototip elders op deze site. In de jaren tachtig werd hij voor het eerst in ons land waargenomen. Een zeldzaamheid is het allang niet meer, na een ware opmars is hij nu al tot op de Waddeneilanden te vinden. Blij mee? De arachnofoben onder ons vast niet, maar zonder twijfel is het een van de meest fotogenieke spinnen in ons land en dus voor veel natuurfotografen een “must have”.

4. Eikenprocessierups

Eikenprocessierups. Fotograaf: Vincent Rijnbende

Van deze rups wordt niet iedereen blij. Sinds 1990 is de eikenprocessierups steeds talrijker aanwezig in ons land. In dichte drommen bewegen ze zich ‘s nachts door de bomen. Vooral in zomereiken langs eikenlanen. Het venijn zit in hun lange haren. Het zijn brandharen die een voor de mens gevaarlijke stof bevatten. Losrakende haren waaien makkelijk mee met de wind en belanden op bijvoorbeeld de blote armen en benen van een wielrenner of voetganger. Niet fijn. Huiduitslag, zwellingen, rode ogen, jeuk. Vooral in mei en juni kunnen ze massaal optreden. Gemeentelijke reinigingsdiensten gaan hen te lijf met bestrijdingsmiddelen, vlammenwerpers en stofzuigers.

5. Koninginnepage

Koninginnepage. Fotograaf: Ron Poot

De koningin onder de vlinders is een echte liefhebber van warmte. Eigenlijk was Nederland net een beetje te koud voor de koninginnepage en alleen de zuidelijke provincies kregen deze schoonheid te zien. Dat verandert inmiddels. Dankzij de warmere zomers zien ook de noordelijke provincialen deze dagvlinder steeds vaker. Zelfs op de waddeneilanden is de koninginnepage al gesignaleerd! De soort heeft voorkeur voor wat hogere delen in het landschap, die dienen als ontmoetingsplaats voor de dames en heren. “Hill-topping” heet dat. Kruidenrijke graslandjes zijn populair bij de koninginnepage, wilde peen en andere schermbloemigen zijn zijn lievelingsplanten.

6. Kleine heremietkreeft

Kleine Heremietkreeft. Fotograaf: Daan Schoonhoven

Ook aan de kust zien we veranderingen. Wie kent niet de heremietkreeftjes, die zich zo grappig verstoppen in een lege schelp? Naast de gewone heremietkreeft is nu ook de kleine heremietkreeft te vinden op onze stranden. Sinds de jaren negentig neemt de soort toe. Na een koude winter of kil voorjaar is het even wat minder, maar de tendens is dat deze zuidelijke soort het hier steeds beter naar zijn zin heeft. Hoe je het verschil ziet tussen gewone en kleine heremietkreeft? De gewone is rechtsdragend, de kleine linksdragend. Als je daar meer over wilt weten, lees dan het artikel van Daan Schoonhoven er nog eens op na.

7. Druipzakpijp

Druipzakpijp. Fotograaf: Rokus Groeneveld

Dit bijzondere creatuur met zijn anti-erotische naam is nauwelijks als dier te herkennen. De zakpijpen vormen dan ook een heel aparte klasse in het dierenrijk. Ze zitten vast aan de bodem en filteren hun voedsel uit het water. Sinds 1991 zijn er kleine nieuwe kolonies gevonden in de Oosterschelde van deze nieuwe soort, de druipzakpijp. De soort is algemeen langs de Franse Atlantische kust en tot 1990 was Wimereux in Noord-Frankrijk de noordelijkste vindplaats. Vanaf 1996 neemt het aantal waargenomen kolonies spectaculair toe, met name in het Zijpe. Vanaf 1997 melden duikers dat grote delen van de bodem door deze soort overwoekerd worden en dat andere soorten geheel verdreven worden.

8. Grote waternavel

Grote waternavel. Fotograaf: Paul van Hoof

De grote waternavel is eigenlijk geen zuidelijke soort maar een exoot. Hij hoort thuis in Noord Amerika, maar is geïntroduceerd als vijverplant. Ontsnapte exemplaren bleken zich prima thuis te voelen in de Nederlandse wateren en woekerden er op los. Tot ergernis van de waterbeheerders die deze plaag nauwelijks de baas kunnen. Wat heeft een exoot met het broeikaseffect te maken? Wel, het warmere klimaat helpt deze plaagsoort enorm, juist dankzij de steeds aangenamere temperatuur woekert hij nog meer dan voorheen.

9. Oranje luzernevlinder

Oranje luzernevlinder. Fotograaf: Ron Poot

In de late zomer kun je de oranje luzernevlinder tegenkomen. Het is in ons land een echte zwerver, zich voortplanten doet hij in de zuidelijke landen. Vanaf juni kun je hem hier tegenkomen en verderop in de zomer komen er steeds meer van die zuidelijke zwervers deze kant op. Vooral als het mooi zomers weer is natuurlijk. De meeste trefkans heb je op bloemrijke graslanden, ruige braakliggende terreintjes en dergelijke.

10. Vuurlibel

Vuurlibel Fotograaf: Ron Poot

Rood, roder, roodst. Dat geldt voor de vuurlibel. Het mannetje is echt onmiskenbaar knalrood. Nu zijn er ook nog de roodgekleurde heidelibellen, maar zelfs de bloedrode heidelibel heeft nog bruine onderdelen.  De vuurlibel is allang niet meer zeldzaam. En wordt elk jaar nog steeds algemener. Van half juni tot in augustus beleeft de vuurlibel zijn piek. Dan kun je hem bij stilstaand water op zonnige plekken zien posten. Het zijn actieve dieren die vaak patrouilleren boven het water.

11. Gaaf kantmos

Gaaf kantmos Fotograaf: Ron Poot

Dit fijngebouwde levermosje is sinds 1980 in ons land, voor het eerst in Noord-Brabant. Inmiddels heeft het vaste voet gevonden, met name in de bossen op de zandgronden. De voorkeur van het mosje is nog steeds in het zuidelijk deel van het land, in het noorden is hij schaars. Maar dat kan veranderen als de klimaatverandering zo doorgaat. Interessant dus om te volgen.

12. Zomerfijnstraal

Zomerfijnstraal. Fotograaf: Ron Poot

Een algemeen onkruid dat ooit uit Amerika is binnengekomen en zich in Midden en Zuid Europa vestigde en ingeburgerd raakte. In ons land stond de zomerfijnstraal lange tijd als zeer zeldzaam te boek. Stond, want inmiddels breidt deze ruigteplant zich gestaag uit. Vooral in stedelijk gebied heb je steeds grotere kans hem te treffen, op braakliggende grond of industrieterreinen. Juist omdat in de stad het microklimaat net iets warmer is dan op het platteland. De bloemen lijken op die van madeliefje, maar de blaadjes zijn veel fijner gebouwd. Vandaar de naam, fijnstraal. Vaak zijn die witte bloemblaadjes iets blauw aangelopen.

Deel dit artikel


0
REACTIES
BEKIJK REACTIES en PLAATS UW REACTIE

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *