HOME < PRAKTIJK < TUTORIALS
Tutorials

Timelapse post production

Bij het maken van een timelapse ben je nog niet klaar als je thuiskomt. Je hebt waarschijnlijk honderden foto’s gemaakt en moet hier nog een mooi vloeiend timelapsefilmpje van maken. Hiervoor wordt meestal gebruik gemaakt van Adobe Lightroom in combinatie met LRTimelapse. Dit laatste programma is gratis te downloaden.

Timelapse post production
Zonsopkomst vanaf Fulufjället, Zweden. Een zonsopkomst is altijd een geliefd onderwerp voor timelapsefotografen, zeker met zo’n dansende wolkenzee op de voorgrond. Fotograaf: Arjen Drost

Voor LRTimelapse (gratis te downloaden op www.lrtimelapse.com) is het belangrijk dat alle foto’s uit 1 time-lapse in dezelfde folder staan, waar verder geen andere foto’s in zitten. Ik vind het zelf het prettigst om de foto’s eerst in Lightroom te importeren zodat ze in m’n normale mapstructuur terecht komen en dan te verplaatsen naar een subfolder in die folder. Dit doe je het makkelijkst door met de rechter muisknop op de map te klikken en dan de bovenste optie te kiezen (create folder inside [foldername]).

Hierna moet je alleen de foto’s nog naar die map te slepen (in dit geval TL1 of TL2). Dit doe je het makkelijkst door de eerste foto uit de serie aan te klikken en dan, terwijl je de shiftknop ingedrukt hebt, de laatste. Op die manier selecteer je in 1x de hele serie. Hierna hoef je alleen de foto’s naar die map te slepen.

Vervolgens ga je naar LRTimelapse.

Hier zie je linksonder (onder het LRTimelapse logo) je mappenstructuur. Zoek hier de map aan met de foto’s en selecteer die. Het logo zal nu veranderen in de eerste foto van de serie en in de tabel zul je alle foto’s zien staan, met bepaalde gegevens er achter.

LRTimelapse zal nu meteen de ‘luminance’ gaan berekenen van de verschillende foto’s, hier hoef je verder niks voor te doen. Het is het beste om boven de ‘visual workflow’ te gebruiken bij normale timelapses.

Vervolgens loop je de stappen op de eerste regel een voor een langs.

Keyframe Wizard: hier selecteer je hoeveel foto’s uit de serie je wil gaan bewerken. Als er weinig veranderd is in bijv. de lichtomstandigheden is 1 of 2 vaak genoeg, bij meer ingewikkelde timelapses (bijv. zonsondergang) heb je er meer nodig. Mochten er op specifieke momenten iets gebeurd zijn waardoor je een bepaalde foto wil bewerken, kun je deze keyframe maken door in de tabel de betreffende foto een blauw diamantje te geven in de eerste kolom.

Holy Grail Wizard: Deze optie is alleen te gebruiken als je tijdens het maken van de timelapse de instellingen aangepast hebt (bijvoorbeeld sluitertijd of iso-waarde). Hiermee kun je dan de sprongetjes in de belichting ongedaan maken.

Save: Hiermee sla je de gemaakte wijzigingen op zodat je ze in LR kunt openen.

Drag to lightroom: Deze knop gebruik ik nooit, aangezien ik de foto’s al in LR heb staan.

Ga nu naar LR en selecteer de map met de foto’s. Selecteer nu alle foto’s (cmd A), klik op eentje met de rechtermuisknop en haal de nieuwe metadata op.
Nu leest LR de wijzigingen in die je in LRTimelapse gemaakt hebt. Selecteer nu alleen de keyframes. Dit kan door het filter rechts bovenin te gebruiken (zie screenshot), of door de foto’s met 4 sterren te selecteren.


Nu heb je alleen de keyframes die je in LRTimelapse gemaakt hebt. Dit zijn de foto’s die je gaat bewerken. Als je de eerste foto bewerkt hebt, kun je de bewerkingen kopiëren naar de volgende. Selecteer hierdoor de bewerkte foto en de volgende en klik dan op het script-icoontje helemaal bovenin beeld (naast ‘help).


Je zou de bewerkingen ook dmv copy-paste of sync kunnen kopiëren, maar LRTimelapse adviseert om het op deze manier te doen.
Je hebt nu de 2e foto op dezelfde manier bewerkt als de eerste. Hier kun je uiteraard nog wat veranderingen in aanbrengen. Heb je meer dan 2 keyframes, dan herhalen deze stappen zich tot je alle foto’s bewerkt hebt.
Belangrijk is om nu de metadata (de bewerkingen) weer op te slaan, zodat LRTimelapse er mee aan de slag kan.
Selecteer hiervoor weer al je keyframes en klik op ‘save metadata to file’.

Nu gaan we weer terug naar LRTimelapse, waar we aan de 2e regel met knoppen gaan beginnen.


Reload: Hiermee lees je de bewerkingen die je net in LR gemaakt hebt in.
Auto Transition: Hiermee maakt LRTimelapse vloeiende overgangen tussen de bewerkingen die je net gemaakt hebt.
Visual Previews: LRTimelapse maakt nu previews (te zien in het venster linksboven) waarmee hij straks eventuele flicker eruit haalt. Als dit klaar is, kun je de timelapse al even terugkijken in het venster linksboven.
Visual Deflicker: Hiermee worden kleine verschillen in de belichting eruit gehaald. Deze verschillen kun je zien in de roze lijn in het venster linksboven. Gaat deze lijn steeds een klein beetje op en neer, dan zit er veel ‘flicker’ in het beeld en moet je de waarde bij ‘visual deflicker’ hoger zetten.

Hierna gaan we weer terug naar Lightroom. Zorg dat je nu weer alle foto’s kunt zien (dus niet alleen de keyframes), dit doe je door rechtsboven weer de ‘full sequence’ te selecteren, of de 4-sterren selectie uit te zetten.
Selecteer nu alle foto’s (cmd-A) en lees weer de nieuwe metadata in.


Als je hiermee klaar bent, zul je zien dat alle foto’s nu bewerkt zijn. Ga nu naar de knop ‘export…’ links onderin beeld (als je exporteert via de snelkoppeling dmv de rechtermuisknop, krijg je een foutmelding).

Je komt nu in het export-venster. Hier staan een paar LRTimelapse-presets. Selecteer degene die je wil gebruiken.

In principe zullen alle instellingen goed staan, het is alleen verstandig om even te kijken in welke map de foto’s geplaatst worden (het output path). Hier komt namelijk uiteindelijk ook het filmpje te staan als alles klaar is.
Staat alles goed? Klik dan op ‘export’.

Aangezien LR nu veel foto’s zal moeten exporteren, zal dit even duren. Als het klaar is, zal LRTimelapse vanzelf het ‘render video’ venster openen.


Wat er in dit venster mogelijk is, is afhankelijk van de versie van LRTimelapse die je hebt (gratis, private of pro). Hoe meer je betaald, hoe meer je kunt.

Task: hier is automatisch de map geselecteerd waar je geëxporteerde foto’s staan.
Output file: Hier staat waar je uiteindelijke time-lapse komt te staan en welke naam hij krijgt. Dit kun je veranderen.
Codec: Bepaalt in welke compressie er wordt toegepast.
Output size: Bepaalt hoe groot het uiteindelijke filmpje gaat worden (qua pixels).
Speed: hoe snel het filmpje afgespeeld wordt en de framerate. In Europa is 25 fps gebruikelijk als framerate en ik kies er zelf in eerste instantie vaak voor om de speed op 1:1 te laten.
Quality: Hoeveel compressie er wordt toegepast. Vaak is ‘high’ al uitstekend.

De volgende regel laat ik vaak op de standaard waarden staan.
Post Processing: foto’s zijn vaak in de verhouding 4:3, filmpjes vaak in 16:9. Hier kun je aangeven of de timelapse bijgesneden moet worden naar 16:9 en waar er gesneden moet worden.
LRT Motion Blur: hoeveel bewegingsonscherpte er toegevoegd moet worden. Dit voorkomt/reduceert een staccato-effect. Als je al een lange sluitertijd gebruikt hebt of als de beweging vrij langzaam was, is dit niet nodig anders is het aan te raden deze wel te gebruiken. Gebruik hem in ieder geval niet bij nachtelijke timelapses van sterren.
Sharpen: verscherpt de video.
Copyright Overlay: voegt een watermark toe aan de timelapse.
Timestamp Overlay: laat de tijd in beeld zien.
Show in finder: opent de finder met de map waar de uiteindelijke timelapse staat zodra hij klaar is.
Delete intermediary sequence after rendering: verwijdert de geëxporteerde foto’s (dus niet de originelen) zodra het filmpje klaar is.

Deel dit artikel


0
REACTIES
BEKIJK REACTIES en PLAATS UW REACTIE

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *