Tips voor het fotograferen van springstaartjes

Springstaartje op een helmmycena. Soms is het leuk iets meer van de leefomgeving te laten zien. Fotograaf: Yvon van der Laan

Springstaartjes zijn een mooi fotogeniek fotografieonderwerp in de winter. Het zijn koddige diertjes die met het blote oog nauwelijks te zien zijn. Ze zijn 0,2 tot 6 millimeter groot en hebben een soort staartje (springvork) onder hun lichaam waarmee ze sprongetjes tot wel 8 centimeter kunnen maken. Hiernaast heeft het springstaartje een soort buisje waarmee hij zich kan verankeren aan de grond zodat het diertje niet wegwaait. In onze regio leven ongeveer 400 verschillende soorten die je weer kunt onderverdelen in bolvormige en langwerpige springstaartjes.

De diertjes hebben 6 poten. Het zijn geen insecten; ze behoren namelijk tot een heel eigen orde binnen de dierenwereld.

Je kunt ze in allerlei kleurvariaties aantreffen van zwart, blauw/paars tot zilverkleurig. De tekening van de diertjes is variabel en sommige springstaartjes zijn zelfs bijna doorschijnend.

Vindplaats springstaartjes

Springstaartjes kun je het jaar rond in groten getale op allerlei plaatsen vinden. Weliswaar zijn ze met het blote oog bijna niet te zien, maar je kunt ze op veel plaatsen aantreffen. Ze leven onder andere van dood organisch materiaal zoals in de bovenste lagen van rottende plantdelen op de grond en je kunt ze dan ook vinden op vochtige plekken tussen afgevallen bladeren of onder het schors van bomen. Soms vind je ze zelfs op paddenstoelen. Ga bijvoorbeeld eens op zoek in de tuin, op de heide, het park of het bos. Springstaartjes leven overal.

Tips

  • Aangezien springstaartjes met het blote oog bijna niet te zien zijn, is het handig tijdens de zoektocht een vergrootglas te gebruiken.
  • Springstaartjes zijn het eenvoudigst te vinden in vochtige omstandigheden.
  • Om de diertjes vast te leggen, heb je behoorlijke vergrotingen nodig. Het is dus belangrijk gebruik te maken van bijvoorbeeld een macrolens (eventueel met een vergrotingsfactor) en/of tussenringen.
  • Je hoeft er niet altijd voor te kiezen een close-up van het springstaartje te maken. Soms is het ook leuk iets meer van de leefomgeving te laten zien.
  • Springstaartjes zijn, althans als ze niet wegspringen, niet snel. Wel zijn ze gevoelig voor uitdroging en als ze het gevoel krijgen dat de omgeving waarin ze zich bevinden te droog of zonrijk is, zul je zien dat ze aan de wandel gaan. Dit kun je voorkomen door alle handelingen als het ware in slowmotion te doen en te zorgen dat de diertjes niet in aanraking komen met zonlicht.
  • Maak eventueel van tevoren een opstelling en plaats het diertje pas op het laatst in de opstelling.
  • Het is het mooist het springstaartje op ooghoogte te fotograferen.
  • Het is handig gebruik te maken van live view en een pittenzak en/of statief.

 

Geef een reactie

2 reacties

  1. Leuk om aandacht aan kleine beestjes te besteden, al zou ik de tip om ‘diertjes in de opstelling te plaatsen’ achterwege laten. Dat vind ik zelf minder te rijmen met natuurfotografie al is het wellicht onschuldig bedoeld. De tip om het springstaartje in z’n omgeving te fotograferen spreekt mij wel aan.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wellicht ook interessant voor u