Menu

Onderdeel van Pixfactory

Wat is beeldstabilisatie en wanneer gebruik je het?

Beeldstabilisatie zorgt ervoor dat je met langere sluitertijden kan fotograferen. Hoe werkt dat en waarom zou je dat gebruiken?
Wat is beeldstabilisatie?
Wat is beeldstabilisatie? Fotograaf: Ankush Minda / Unsplash

Beeldstabilisatie is een technologie die fotografen toelaat om scherpe foto’s maken met sluitertijden die drie, vier of vijf keer langer zijn dan zonder. De vuistregel om een scherpe foto uit de hand te maken is dat de sluitertijd 1 over de brandpuntsafstand van je lens moet zijn, dus 1/30 seconde voor een 30mm objectief. Bij een te lange sluitertijd maken kleine bewegingen van de camera tijdens de opname de foto onscherp. Wat beeldstabilisatie doet, is niets anders dan die kleine bewegingen van camera en lens compenseren. Daardoor kun je met langere sluitertijden werken dan de vuistregel aanraadt.

Hoeveel langer, hangt van de effectiviteit van het gebruikte systeem voor beeldstabilisatie af. Om die te vergelijken heeft de Japanse sectorvereniging CIPA heeft een methode bedacht om beeldstabilisatie te testen. Het resultaat van die test wordt uitgedrukt in stops: zoveel keer kan je sluitertijd langer zijn. Als beeldstabilisatie een winst van vijf stops levert, kan je in plaats van 1/30 een sluitertijd van 1 seconde gebruiken (vijf stops in het reeksje: 1/30, 1/15, 1/8, 1/4, 1/2, 1 seconde).

Hoe werkt beeldstabilisatie?

Er bestaan twee soorten beeldstabilisatie: in het objectief en in de camera. Bij beeldstabilisatie in het objectief wordt een zwevend lenselement verschoven om de camerabewegingen tijdens de opname te compenseren. Zo’n element maakt een objectief met beeldstabilisatie complexer en dus duurder.

Bij beeldstabilisatie in de camera is het de beeldsensor zelf die verschuift. Beeldstabilisatie in de camera is alleen mogelijk bij systeemcamera’s, niet bij spiegelreflexcamera’s. Het grote voordeel van beeldstabilisatie in de camera is dat de stabilisatie altijd werkt, ongeacht welk objectief je gebruikt, en dat bewegingen over meer assen gecompenseerd kunnen worden. Maar omdat de bewegingsruimte voor de sensor beperkt is, werkt beeldstabilisatie in de camera vooral bij korte brandpuntsafstanden (tot 50 á 70 mm in full frame).

Bij langere brandpuntsafstanden blijft beeldstabilisatie in de lens nodig. Dat is de reden waarom telelenzen voor systeemcamera’s nog steeds beeldstabilisatie krijgen, ook al heeft de camera waarop je ze gebruikt ingebouwde beeldstabilisatie . Als camera en lens op elkaar afgestemd zijn, werkt de beeldstabilisatie zelfs nog beter. Je krijgt dan nog wat meer winst.

Beeldstabilisatie in het objectief gebruikt een zwevend lenselement.
Beeldstabilisatie in het objectief gebruikt een zwevend lenselement. Fotograaf: Canon
Bij beeldstabilisatie in de camera beweegt de sensor.
Bij beeldstabilisatie in de camera beweegt de sensor. Fotograaf: Sony

Wanneer helpt beeldstabilisatie niet?

Beeldstabilisatie is enorm handig, maar het lost niet alle problemen op. Het verandert niets aan de sluitertijd die je nodig hebt om bewegende onderwerpen scherp vast te leggen. Als je daarvoor pakweg 1/1.000 seconde nodig hebt, ben je niets met de vijf stops winst die je theoretisch hebt.

Als je wil pannen (meetrekken) met een bewegend onderwerp, kan beeldstabilisatie zelfs voor een slechter resultaat zorgen. Op bepaalde objectieven kun je daarom een aparte modus voor de beeldstabilisatie selecteren als je wil pannen. Heb je die niet, dan schakel je beeldstabilisatie best uit als je gaat pannen.

Vroeger was het ook zo dat je beeldstabilisatie moest uitschakelen als je vanop statief werkte. De beeldstabilisatie geraakte van de slag doordat er zo weinig camerabeweging was. Moderne camera’s en objectieven kunnen zelf herkennen wanneer ze op een statief staan, zodat dat in principe niet meer nodig is. Zelf schakel ik beeldstabilisatie toch nog steeds uit als ik een statief gebruik.

Ook als je voor het filmen een gimbal gebruikt – een stabilisatiesysteem dat je vloeiende video laat maken – schakel je de beeldstabilisatie in je camera en/of lens uit. Anders proberen de stabilisatie door de gimbal en door de camera/lens elkaar te compenseren en dat is een recept voor onscherpe beelden.

4 reacties

  1. Ik heb in het verleden een Olympus E420 en E30 in bezit gehad. Dit zijn DSLR camera’s met ingebouwde beeldstabilisator. Helaas worden deze camera’s niet meer gemaakt en is Olympus overgestapt naar systeemcamera’s.

  2. Vroeg of laat komt iedereen die natuurfotograaf wil zijn uit op de “M”-stand van de camera, al zit die camera barstensvol met gadgets die vaak ook nog links- of rechtsom hetzelfde doen. Met de antibibbervoorzieningen is het denk ik niet anders.
    Want denk even mee: wanneer je geen (camera/onderwerp) bewegingsonscherpte wil biedt de huidige techniek de mogelijkheid van zeer hoge ISO-waarden, zónder veel ruistoename zolang je gelijktijdig maar zorgt dat ook de sluitertijden evenredig verkort worden (maar daar doe je het juist om, dus geen probleem) hetgeen de ruis veroorzakende fotonenenergie omzetting in warmte in de sensor tegengaat en heeft antibibber geen enkele toegevoegde waarde; aan de andere kant, wanneer je juist wel bewegingsonscherpte wil moet je de antibibber ook uitzetten… en ook landschaps/astrokiekers werken terecht vanaf statief.
    Kan iemand mij nu eens rationeel de zin van antibibber uitleggen want ik zie het echt nergens, hoe het werkt snap ik, wanneer het allemaal niet helpt denk ik hele goed te snappen maar een boel mensen zeggen er toch blij mee te zijn – maar ik snap dus niet waarom!?

    1. Een heel simpel voorbeeld: Ik schiet vliegende vogels met 1/2000 op A (diafragmavoorkeuze). De stabilisatie van de lens en mijn IBIS blijven altijd aanstaan, want ik merk géén verschil. Beide zijn van hetzelfde merk en dus op elkaar afgestemd. Wanneer de vogel gaat zitten, druk ik op of de AEL-knop of de AF-on knop. Daaronder zitten 2 pakketten van andere instellingen, die ik zo heb geprogrammeerd. Druk ik op de AEL-knop, dan schakelt de camera over op S (sluitertijd-voorkeuze), 1/320 (soms 1/250) en scherpstelgebied “Uitgebreid Flexibel Punt”. Met zulke lage sluitertijd, zakt de automatische ISO, met begrensde bovenwaarde enorm. Het is dan superhandig om IBIS te hebben, wanneer je uit de hand fotografeert op 600mm. Trouwens zijn die hoge ISO-waarden, nog steeds te vermijden, maar dat wist je zelf vast ook wel.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Geef een reactie

4 reacties

  1. Ik heb in het verleden een Olympus E420 en E30 in bezit gehad. Dit zijn DSLR camera’s met ingebouwde beeldstabilisator. Helaas worden deze camera’s niet meer gemaakt en is Olympus overgestapt naar systeemcamera’s.

  2. Vroeg of laat komt iedereen die natuurfotograaf wil zijn uit op de “M”-stand van de camera, al zit die camera barstensvol met gadgets die vaak ook nog links- of rechtsom hetzelfde doen. Met de antibibbervoorzieningen is het denk ik niet anders.
    Want denk even mee: wanneer je geen (camera/onderwerp) bewegingsonscherpte wil biedt de huidige techniek de mogelijkheid van zeer hoge ISO-waarden, zónder veel ruistoename zolang je gelijktijdig maar zorgt dat ook de sluitertijden evenredig verkort worden (maar daar doe je het juist om, dus geen probleem) hetgeen de ruis veroorzakende fotonenenergie omzetting in warmte in de sensor tegengaat en heeft antibibber geen enkele toegevoegde waarde; aan de andere kant, wanneer je juist wel bewegingsonscherpte wil moet je de antibibber ook uitzetten… en ook landschaps/astrokiekers werken terecht vanaf statief.
    Kan iemand mij nu eens rationeel de zin van antibibber uitleggen want ik zie het echt nergens, hoe het werkt snap ik, wanneer het allemaal niet helpt denk ik hele goed te snappen maar een boel mensen zeggen er toch blij mee te zijn – maar ik snap dus niet waarom!?

    1. Een heel simpel voorbeeld: Ik schiet vliegende vogels met 1/2000 op A (diafragmavoorkeuze). De stabilisatie van de lens en mijn IBIS blijven altijd aanstaan, want ik merk géén verschil. Beide zijn van hetzelfde merk en dus op elkaar afgestemd. Wanneer de vogel gaat zitten, druk ik op of de AEL-knop of de AF-on knop. Daaronder zitten 2 pakketten van andere instellingen, die ik zo heb geprogrammeerd. Druk ik op de AEL-knop, dan schakelt de camera over op S (sluitertijd-voorkeuze), 1/320 (soms 1/250) en scherpstelgebied “Uitgebreid Flexibel Punt”. Met zulke lage sluitertijd, zakt de automatische ISO, met begrensde bovenwaarde enorm. Het is dan superhandig om IBIS te hebben, wanneer je uit de hand fotografeert op 600mm. Trouwens zijn die hoge ISO-waarden, nog steeds te vermijden, maar dat wist je zelf vast ook wel.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze artikelen vind je vast ook interessant: