HOME < INSPIRATIE < FOTO WIKI
Foto Wiki

Wat is een laagdoorlaatfilter?

In veel digitale camera’s is een optisch laagdoorlaatfilter ingebouwd. Wat doet zo’n filter en waarom komt het steeds minder vaak voor?

Wat is een laagdoorlaatfilter?
Een voorbeeld van moiré in het verenkleed van een Blauwgele ara. Fotograaf: David Clode/Unsplash

Optical Low Pass Filter

Een optisch laagdoorlaatfilter of optical low pass filter (OLPF) is een optisch filter dat zich net voor de sensor bevindt. Net zoals een filter dat je op de lens schroeft of in een filterhouder steekt, beïnvloedt een optisch laagdoorlaatfilter het licht dat op de sensor terechtkomt.

Moiré

Het doel van een laagdoorlaatfilter is om moiré te voorkomen. Moiré is een storend effect dat kan optreden wanneer je objecten met fijne, repetitieve details fotografeert, zoals patronen in textiel, of rijen bakstenen of dakpannen. Een voorbeeld van moiré zie je in de openingsfoto in het verenkleed van een Blauwgele ara. Het ontstaat doordat de regelmatige patronen in het onderwerp interfereren met het regelmatige rechthoekige raster van pixels op de beeldsensor. Ook bij video-opnames kan moiré ontstaan: wie op televisie komt, krijgt daarom vaak het advies geen pakken of hemden met fijne streepjes te dragen.

Een laagdoorlaatfilter bestaat doorgaans uit drie dunne plaatjes uit speciale glassoorten. Een veel gebruikt type werkt als volgt. Het eerste plaatje splitst de invallende lichtstralen in twee horizontaal gescheiden lichtstralen. Het middelste plaatje verandert de polarisatie van het licht. Het derde plaatje splitst de invallende lichtstralen in twee verticaal gescheiden lichtstralen. Het gevolg is dat één invallende lichtstraal het filter verlaat als vier aparte stralen, die op de sensor op vier verschillende pixels in plaats van op één pixel terechtkomen. Daardoor wordt het risico op moiré veel kleiner.

Scherpte

Het nadeel van deze aanpak is dat de opname minder scherp is dan ze zonder laagdoorlaatfilter. Het licht uit één lichtstraal wordt immers verspreid over vier pixels. Daardoor onstaat een zekere vervaging. Een laagdoorlaatfilter wordt daarom ook wel blur filter (vervaagfilter) genoemd. Een camera met een laagdoorlaatfilter produceert opnames die iets minder scherp zijn dan je op basis van het aantal pixels zou verwachten.

Een klassiel laagdoorlaatfilter splitst een inkomende lichtstraal in vier aparte stralen, met een afstand die overeenkomt met de breedte van één pixel op de sensor. Fotograaf: Nikon

Camera’s zonder laagdoorlaatfilter

De regelmatige patronen die moiré kunnen veroorzaken, komen in de natuur haast niet voor (het verenkleed van sommige vogelsoorten is de uitzondering die de regel bevestigt). Daardoor was een laagdoorlaatfilter voor natuurfotografen geen goede zaak: het loste een probleem op dat in de praktijk zelden voorkwam, ten koste van de scherpte van al je opnames. Sommigen lieten zelfs het laagdoorlaatfilter uit hun camera verwijderen. Nikon was de eerste fabrikant die daarop inspeelde, door zijn D800 uit te brengen in een versie zonder laagdoorlaatfilter, de D800E.

Tegenwoordig zien we gelukkig steeds meer camera’s zonder laagdoorlaatfilter. Daar zijn twee verklaringen voor. Om te beginnen is het risico op moiré sowieso kleiner bij camera’s met een hoge resolutie, omdat de pixels op de sensor kleiner zijn. Vereenvoudigend kan je stellen dat moiré minder voorkomt zodra je boven 36 megapixel (op full-frame) zit. Daarnaast is het ook makkelijker geworden om moiré te verwijderen tijdens de beeldverwerking in de camera. De beeldprocessor spoort daarbij moiré op en probeert het effect te verwijderen. Lukt dat niet, dan is er nog altijd nabewerking: in Lightroom kun je moiré te lijf gaan met het gelijknamige Aanpassingspenseel.

OLFP naar het museum?

Toch hoort de laagdoorlaatfilter nog niet in het fotografisch museum. Voor haar EOS-1D X Mark III (met een sensor van 20 megapixel) ontwikkelde Canon zelfs nog een volledig nieuw type filter, dat een lichtstraal niet in vier maar in zestien stralen splitst. Door de wijze waarop dat gebeurt, wordt de zichtbare scherpte slechts minimaal beïnvloed.

Het laagdoorlaatfilter in de Canon EOS-1D X Mark III splitst elke straal in zestien aparte stralen. Fotograaf: Canon

Pentax gebruikt in sommige camera’s een andere oplossing. Er zit geen laagdoorlaatfilter voor de sensor, zodat je optimale scherpte krijgt. In situaties waar je met moiré te maken hebt, kan je de sensor laten bewegen om het effect van een laagdoorlaatfilter te simuleren. In plaats van de lichtstraal te splitsen, vangt de camera elke straal met meer dan één pixel op.

Deel dit artikel


1
REACTIES
BEKIJK REACTIES en PLAATS UW REACTIE
  1. Fujifilm heeft al jarenlang geen low-pass-filters meer in de X-trans-camera’s. Door de rood/groen/blauw-gevoelige pixels op een iets andere manier op de sensor te rangschikken is de kans op moiré veel kleiner. Dat levert inderdaad scherpe(re) beelden op.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *