HOME < PRAKTIJK < TIPS
tips

Witte sneeuw, niet altijd een pleonasme

Witte sneeuw
Afgaan op je belichtingsmeter in deze situatie zal geen witte sneeuw tot gevolg hebben. Fotograaf: Jody Zweserijn

Sneeuw is altijd wit. Dus waarom zou je het bijvoeglijk naamwoord ‘wit’ hieraan toevoegen? Een pleonasme, dus.
Mooi dat deze stelling in de fotografie niet opgaat. In de context van dit artikel is witte sneeuw geen stijlfout maar een stijlfiguur. Want je moet wel wat doen om witte sneeuw op je foto te krijgen.

Omdat sneeuw heel helder is ‘denkt’ de lichtmeter van je camera bij het fotograferen van een sneeuwlandschap dat er te veel licht is. Hierdoor is de kans groot dat de foto onderbelicht wordt. Gevolg: een grijs grauwe massa sneeuw. Hieronder een aantal instellingen die je helpen de belichting en kleuren onder controle te houden en thuis te komen met schitterende winterplaatjes.

  • Belichting:
    Om onderbelichting bij sneeuw te voorkomen belicht je bijvoorbeeld 1 of 1.5 stop meer dan de belichtingsmeter aangeeft. Makkelijk is om hiervoor de +/- functie op je camera te gebruiken. Je stelt deze functie¬† in op bijvoorbeeld + 1 of + 1.5. Controleer wel je resultaten tijdens het fotograferen, zodat je zeker weet dat je niet t√© veel overbelicht. Vergeet na je fotografeersessie deze functie niet weer op 0 te zetten. Anders zijn de foto’s van de eerstvolgende sessie die niet in de sneeuw is overbelicht.
  • Witbalans:
    Staat je witbalans op ‘automatisch’ of op ‘daglicht’ dan loop je het risico dat je sneeuwfoto’s een blauwe kleurzweem krijgen. Zeker als het een bewolkte dag is, bij veel schaduw of tijdens schemering. Om de sneeuw wit op de foto te krijgen zet je de witbalans het beste op ‘bewolkt’ of ‘schaduw’. Fotografeer je in RAW, dan kun je de witbalans ook achteraf nog naar eigen smaak aanpassen.

Deel dit artikel


0
REACTIES
BEKIJK REACTIES en PLAATS UW REACTIE

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *