HOME < PRAKTIJK < APPARATUUR
Apparatuur

Zo kies je een printer

Een foto zelf afdrukken geeft je volledige controle over het eindresultaat. Maar hoe kies je nou een fotoprinter?

Zo kies je een printer
Met je eigen fotoprinter hoef je geen dagen meer te wachten op je favoriete foto's. Fotograaf: Canon

Welke printertechnologie kies je?

Er bestaan verschillende systemen om afbeeldingen op papier te krijgen. Voor thuisgebruik komen er drie in aanmerking: laserprinters, inkjetprinters en dye-sublimatieprinters. In dit artikel gaan we ervan uit dat je vooral foto’s wil afdrukken. Daardoor vallen laserprinters af: deze zijn prima voor tekst en illustraties, maar niet voor foto. Een dye-sublimatieprinter gebruikt verwarmingselementen om kleurstof over te brengen op het oppervlak van het papier. Ze zijn geschikt voor foto, maar als je op grote formaten wil printen (A4 of groter) zijn ze erg duur in aanschaf.

Voor foto’s is een inkjetprinter de beste keuze. Fotograaf: Epson

Een inkjetprinter is daarom de beste keuze. Je kan ermee printen op verschillende soorten media van gewoon papier tot zwaar karton, en ze zijn verkrijgbaar in verschillende formaten.

Op welk formaat wil je printen?

Vraag je af op welk formaat je foto’s wil kunnen afdrukken, want dat bepaalt welk toestel je nodig hebt. Op een A3-printer kan je ook kleinere formaten afdrukken, omgekeerd gaat niet.

Een A3-printer past nog op een bureau. Fotograaf: Canon

Er zijn miniprinters die op 2 x 3 inch of 10 x 15 cm afdrukken; deze hebben als voordeel dat je ze makkelijk mee kan nemen. De meeste printers voor thuisgebruik printen op A4 formaat (210 x 297 mm), dat is ongeveer het formaat van een magazinepagina.

Voor foto’s die je aan de muur wil hangen zijn het grotere A3 en A3+ formaat (297 x 420 mm en 303 x 426 mm) net iets indrukwekkender. Een A3+ printer past nog makkelijk op een bureautafel. Nog groter en nog net haalbaar voor thuis is het A2 formaat (420 x 594 mm).

Wil je nog grotere afdrukken, dan kom je terecht bij echte grootformaatprinters. Deze printen niet op losse vellen maar op papier op rollen van 24, 36 , 44 of 64 inch breed. Tenzij je echt heel vaak op dergelijke grote formaten print, bijvoorbeeld als je foto’s als poster verkoopt, zijn ze voor thuisgebruik moeilijk te verantwoorden.

Hoe meer inkten, hoe fijner de kleurgradaties die een printer kan weergeven. Fotograaf: Epson

Hoeveel inkten heb je nodig?

Inkjetprinters gebruiken inkt op basis van kleurstof (dye) of op basis van pigment. Inkten op pigmentbasis zijn beter geschikt zijn voor foto’s omdat ze langer meegaan, maar zijn ook veel duurder.

Om kleuren weer te geven heeft een inkjetprinter minimaal de vier proceskleuren cyaan, magenta, geel en zwart nodig ook wel CMYK genoemd. Door deze vier kleuren te combineren, kunnen andere kleuren gereproduceerd worden. Maar het CMYK-proces met vier inkten is niet in staat om heel fijne kleurgradaties goed weer te geven, en kan sommige kleuren die je op je beeldscherm ziet niet nauwkeurig weergeven. Daarom gebruiken fotoprinters vaak extra inkten. Dat zijn bijvoorbeeld lichte varianten van CMYK-kleuren (lichtcyaan en lichtmagenta), of primaire kleuren (rood, blauw, groen). Heel vaak worden een of meer grijstinten gebruikt om extra fijne gradaties te bereiken in zwart-witafdrukken.

Liefhebbers van zwart-wil dienen te weten dat fotoprinters meestal twee zwarte inkten gebruiken: fotozwart voor glanzend papier, en matzwart voor mat papier. Als je zowel glanzend als mat papier wil gebruiken, koop dat een printer met twee aparte kanalen voor zwarte inkt. Als de printer slechts één kanaal voor zwart heeft, gaat er telkens inkt verloren als je wisselt tussen matte en glanzende media.

Volgende keer

In een volgend artikel gaan we in op de verschillende soorten afdrukmedia.

Aanverwant artikel

Kleurprofiel, kleurmenging en drukwerk

Deel dit artikel


0
REACTIES
BEKIJK REACTIES en PLAATS UW REACTIE

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *