Vogels zijn de populairste onderwerpen onder natuurfotografen. Waarschijnlijk komt dit omdat vogels zich best redelijk laten zien (in tegenstelling tot bijvoorbeeld zoogdieren) en dat we in een rijkelijk bedeeld land wonen. Bos, heide, venen, (on)diep water, zoet of zout, weide of akker, allemaal kennen ze hun eigen vogelsoorten. Toch is de ene vogelfoto de andere niet. Drie tips voor betere vogelfoto’s:
- Mag het een beetje kleiner zijn? Het lijkt de heilige graal: een dier zo groot mogelijk in beeld. In veel gevallen is dat ook zeker een hele prestatie. Toch is het voor de foto lang niet altijd de beste keuze. De omgeving waarin de vogel zit kan veel toevoegen aan een foto. Denk aan de weidsheid van een landschap, of juist het leven in grote groepen.

- Mooi licht maakt alles anders! Vogels kun je onder alle omstandigheden fotograferen. Toch is het ene licht het andere niet. Een laagstaand zonnetje geeft alles een gouden glans. Licht er sneeuw, dan krijg je een heel uitgesproken, zachte belichting. Doe er je voordeel mee.

- Meer dan een vogel op een stokje… Natuurlijk is het handig om een vogel op een ‘vast’ stokje of paaltje te hebben, maar een foto wordt er wel een beetje voorspelbaar van. Wacht op een partner, een rivaliserende soortgenoot of een onderonsje met een jong dier. Gedrag voegt een verhaal en spanning toe aan een foto.

Wil je zelf leren om vogels te fotograferen?
Volg dan de cursus Vogelfotografie.
Geef een reactie