HOME < INSPIRATIE < COLUMN
columns

In naam der Wetenschap

Ik ben gek op taal. In positieve zin (althans, dat mag ik graag denken) uit zich dat in het veelvuldig maken van woordgrapjes en het af en toe schrijven van veelgelezen columns. Herman Finkers is mijn held, om je een idee te geven. In negatieve zin (althans, dat mogen anderen graag denken) uit zich dat in het veelvuldig maken van woordgrapjes en het af en toe schrijven van weinig gelezen columns.

Mijn zelfbenoemde taalvirtuositeit combineer ik graag met andere hobby’s en zodoende dus ook met natuurfotografie. Met name in Nederlandse vogelnamen vind ik heel wat stof tot nadenken en soms zelfs enige humor. Noem me maar een
ornithologopedist.

In naam der Wetenschap
Zo gracieus en kleurrijk, en dan door de Hollanders onheus worden bejegend als een zwartnekpoephoofd. Je zou er des duivels van worden. Fotograaf: Marijn Heuts
Delen

Naamgevingsbunker

Daarbij ontvouwt zich altijd het beeld van een afgesloten bunker in het jaar stillekes waarin een stelletje pijprokende ‘geleerde’ mensen met dikke hoornen brillen en tweed jasjes in een marathonsessie zat opgesloten tot alle wereldwijd voorkomende vogels een Nederlandse naam hadden. En daarbij moet de alcohol (pimpelmees, iemand?) of een ander geestverruimend middel haast wel rijkelijk gevloeid hebben. Of het duurde gewoon te lang waardoor aan het eind de boel werd afgeraffeld om maar voor de warme prak weer thuis te zijn bij moeder de vrouw. Of Herman Finkers was erbij, dat kan natuurlijk ook. Die houdt wel van het zaaien van verwarring.

Neem nou zoiets simpels als een zilverreiger. Die is toch echt wit en heet daarom in het Engels volledig terecht Great White Egret. Hier niet hoor, nee, wij maken hem zilver. Wie wel zilver is, is de blauwe reiger. De Engelsen hebben die naar de kleur van hun lucht genoemd met Grey Heron en zitten zo veel dichter bij de werkelijke kleurtoon van ’s-beest verenkleed dan onze blijkbaar kleurenblinde naamgevers. In dezelfde categorie: de nichterig roze goudvink, terwijl de Engelse Goldfinch bij ons een putter is. Probeer de logica hierachter maar eens uit te vogelen. Het enige wat ik kan bedenken is dat ten tijde van het vogelnaamoverleg in een andere bunker de kleuren een naam kregen en dat beide instanties niet van elkaar wisten waar ze mee bezig waren. Dat klinkt dan weer heel Nederlands, niet?

Keren we weer terug naar de watergebonden vogels, komen we bij de dodaars. Waar de Engelsen het kleinste fuutje logischerwijs Little Grebe noemen, moeten wij het doen met een beest wier naam eerder doet denken aan een fatale kringspieraandoening. Zo klinkt ie overigens ook. Nog zo eentje: de wilde eend. Als er één eendensoort is die handtam het brood uit je vakantiehuisje komt waggelen, is het wel de (niet zo) wilde eend.

Gulls just wanna have fun

En dan de meeuwen. Waarom noemen wij een Black-headed Gull een kokmeeuw en een Mediterranean Gull een zwartkopmeeuw? Juist bij Mediterraan denk ik aan lekker koken. Logischer was daarom de Black-headed Gull heel voor de hand liggend een zwartkopmeeuw te noemen en een Mediterrenean Gull gewoon een Luie Olijfmeeuw.

Mocht je wel eens in Engeland komen, dan is het leuk die meeuwennamen te gebruiken voor een verwarrend gesprekje. Ik vergeet nooit de verbijsterde blik op het gezicht van een lokale vogelaar toen ik met een serieus gezicht vertelde dat het in Nederland verboden was Little Girls leuk te vinden, dat ik persoonlijk Black-headed Girls niet zo mooi vond, zelfs bang was gedomineerd te worden door Great black-backed Girls en dat Herring Girls beter eerst konden douchen of in elk geval niet zulke grote stappen moesten nemen. En oh ja, Laughing Girls, om gek van te worden! Aan Ross’ Girl heb ik me nooit gewaagd, die was immers al bezet. Idem Sabine’s Girl, bovendien valt die enkel op vrouwen. Pas na enige tijd viel de penny bij de beste man. I am me there one, zou Louis van Gaal hebben gezegd.

In welk licht je deze prachtige reiger ook bekijkt, hij zal alle kleuren van de regenboog kunnen aannemen, maar geen zilver.
In welk licht je deze prachtige reiger ook bekijkt, hij zal alle kleuren van de regenboog kunnen aannemen, maar geen zilver. Fotograaf: Marijn Heuts

Rare jongens, die Romeinen

Ik krijg heel sterk de indruk dat de wijze heren in de naamgevingsbunker niet de beschikking hadden over een lijst met schetenwappelijke (Latijnse, vaak van het Grieks afgeleide) namen, want die laten meestal niets aan de vertaalverbeelding over. Zo kennen we de zilverreiger als Ardea Alba, waar alba ‘wit’ betekent. En de blauwe reiger staat te boek als Ardea cinerea, waar dat laatste woord letterlijk ‘grauw’ betekent. Hoezo ‘Rare jongens, die Romeinen’?

Idem met de meeuwen. De Black-headed Gull heet in het Latijn Larus melanocephalus, waarbij het laatste letterlijk ‘zwartkop’ betekent. Hoe moeilijk kan het zijn dat correct te vertalen en waarom is het die doorgaans niet bijster snuggere Engelsen wel gelukt?

De eerder aangehaalde dodaars, Tachybaptus ruficollis, zou letterlijk vertaald ‘Roodhalssnelduiker’ zijn. Dat bekt niet echt lekker, dus dan is het letterlijk uit het Engels vertaalde Kleine Fuut helemaal geen slechte naam. Trouwens, fuut? What the Fuut? Rare naam is dat zeg. Volgens de etymologie komt dat van het woord ‘aarsvoet’. Dat is geen schop onder je hol, maar was in het houten-gulden-tijdperk de manier om te zeggen dat die vogel de voetjes nogal ver naar het achterwerk had staan. Dan zijn de laatste vier letters van dodaars weer wat beter te verklaren. Waar de eerste drie dan op duiden? Al sla je me dood.

Wel leuk om nog te vermelden is dat de Latijnse genusnaam van de meeste futen Podiceps is. Dat blijkt een vermakelijke schrijffout, want in plaats van aarsvoeten (Podicipes) betekent het letterlijk aarskop. Poephoofd dus. Met een toefje voor de kop in geval van de gewone fuut, die de Romeinen immers Podiceps cristatus (kuifpoephoofd) doopten. Jammer voor de fuut, want hoe mooi het kuifje ook, je kan van een drol nu eenmaal geen gebakje maken.

Zwartepieten

Ik voorzie in de nabije toekomst nog wel meer afwijkingen ontstaan ten opzichte van de doorgaans goed gekozen Engelse namen. Namelijk als de typisch Nederlandse azijnzeikers van de Quinsy-Gario-antipietenbrigade in de lange aanloop naar het sinterklaasseizoen weer eens de racismekaart trekken. Dan zijn zwartkopmeeuw, zwartkop, zwarte specht en zwarte wouw binnen de kortste keren niet langer politiek correct en kunnen toekomstige generaties verkneukelende columns gaan schrijven over de herkomst van bizarre vogelnamen als stroopwafelmeeuw, geïnverteerde witkop, regenboogspecht en policorwouw. En dat vind ik dan weer niet grappig.

Deel dit artikel


9
REACTIES
BEKIJK REACTIES en PLAATS UW REACTIE
  1. Ik vind dit heerlijk!!! Dan heb jij vast (net als) ik het “Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen” van Klaas J. Eigenhuis met illustraties van Dirk Moerbeek in huis. Een verklarend boek waar de soms rare namen vandaan komen. Waarom de bergeend de bergeend heet terwijl het eigenlijk een kleine ganzensoort is en helemaal niet in de bergen voorkomt, hoe de brandgans aan zijn naam komt (heeft weinig met vuur van doen), etc. Een dik boek maar echte aanrader!

  2. Door peter wijn op 17 november 2015 om 14:49

    En dat valt allemaal in het niet bij het onrecht dat Nederlanders de Lanius collurio aandoen. Hoe slim en elegant wil je iets grauw noemen?

  3. Tja, verwarring alom. Toevallig kwam ik er vandaag weer eentje tegen. Meeuwen zijn sowieso soms al last van elkaar te onderscheiden, maar dit maakt het er niet gemakkelijker op: California Gull noemen wij een Prairiemeeuw, terwijl de Western Gull bij ons Californische Meeuw heet. Ga er maar aan staan….

  4. Door Marijn Heuts op 13 november 2015 om 21:19

    Dank jullie wel voor de reacties en aanvullingen. Genoeg gekke dierennamen voor een vervolg of wat…

  5. Vogels vervoegen

    Het spreeuwt in de polder
    verder ring het mus
    vinkt het erg goed
    en wordt er stevig luur getuurd

    er loop een boze kie die vit
    terwijl een grote het nog bonter specht
    in de verte lepelt een aar
    naar een kwik die geel staart

    de to past op het grut
    ook nog één die uit tapt
    daarnaast twee weetjes die ulpen
    samen met een taling die zomert

    het geluid van een haan die kempt
    mengt met een snip die watert
    de kool meest er op los
    terwijl een uil plechtig kerkt.

    *** *** ***

    1. Door Marijn Heuts op 13 november 2015 om 21:18

      Prachtig Kees, dank je wel. Een schrijfvorm die ik niet beheers, maar erg bewonder.

  6. Ha, ha, heel leuk stukje. Heb me ook al vaker verkneukeld bij naamgeving van soorten. Olijke namen zijn niet alleen voorbehouden aan vogels. Wat te denken van de volgende twee vliegende satéprikkers: lantaarntje/watersnuffel.
    Is denk ik een onuitputtelijke bron van gein.
    Groeten, Sjors

  7. Door Michiel Janssen op 13 november 2015 om 10:29

    Wat te denken van de Bearded Tit? Beter helemaal niet aan denken, denk ik. Great Tit, daar kan ik me nog iets bij voorstellen. Elegant Tit en Japanese Tit ook. Black-breasted Tit wordt al een beetje dubbelop. Rufous-vented Tit heb ik grote vraagtekens bij. Vieze Engelsen.

  8. Door P.Straathof op 13 november 2015 om 07:46

    Wat een leuk stuk om te lezen, ik heb mij ook altijd af gevraagd hoe de naamsgeving tot stand is gekomen. En de verbastering uit het Engels, zoals “praying birds”, wat in Nederlands voor “biddende vogels” wordt aangeduid!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *