HOME < INSPIRATIE < REISVERSLAGEN
reisverslagen

Wandelend door het zuidelijkste deel van Zuid-Limburg (2)

Na onze wandelingen over de Eperheide met het onderste en bovenste bos en ons bezoek aan de groeve van de Sint Pietersberg richten we onze blik en camera richting het riviertje de Geul en het planten- en dieren leven in dit on-Nederlandse stukje van Nederland.

Zuid-Limburg
De Geul zoals hij door het landschap meandert, zelfs bomen vellend. Fotograaf: Jaap Zuidersma

De directrice van de vlinderstichting en de braamparelmoervlinder

Vandaag rijden we richting Epen om langs de rivier de Geul te gaan lopen. In eerste instantie waren we van plan richting Mechelen te lopen, maar we besluiten tot de tegenovergestelde benadering en lopen richting de bron. We lopen langs een hoge meidoornhaag geflankeerd door bomen. Bij het open weidegebied gekomen lopen we rechtdoor tussen de wilde bloemen richting de volmolen, die momenteel niet in gebruik is helaas.

De Volmolen, de mooiste molen aan de geul, is van Natuurmonumenten en nog in gebruik voor verbeteren van de wolkwaliteit. Fotograaf: Jaap Zuidersma

Dan gaat het over de weg richting de camping het zinkviooltje. Dan door een weidegebied richting de Geul, hier hangen de populieren vol met maretak ook wel vogellijm genoemd een half parasitische plant die van de boomsappen leeft. De Geul meandert hier spectaculair, heeft 2 tot 3 meter hoge oevers en slijt deze steeds verder uit zodat de bomen die op de oever hebben gestaan met hun toppen het water kussen en met hun wortels de lucht. De oeverbeplanting biedt een zitplaats aan de vele bosbeek- en weidebeek juffers. Verder fladderen hier bruin zandoogje, citroenvlinder, groot koolwitje, klein geaderd witje, atalanta en koevinkje rond.

Een groepje beekjuffers, de zittende zijn weidebeekjuffers, de vliegende is een bosbeekjuffer. Fotograaf: Jaap Zuidersma

We steken de rivier over via een houten brug en lopen terug langs de rivier terwijl een nachtegaal een overdonderend luid concert geeft. We nemen even pauze om te eten en te drinken en lopen dan door naar Nederlands oudste gesteentelaag bij de Heimansgroeve. We gaan op een bankje zitten en krijgen dan ineens bezoek van de directrice van de Vlinderstichting met de vraag of we de braamparelmoervlinder ook hebben gezien (hij schijnt alleen hier voor te komen). Van het een komt het ander en ze attendeert ons ook op de aanwezigheid van de gaffelwaterjuffer bij een poeltje verderop op de heuvel. We gaan meteen zoeken naar de vlinders en vinden ze vrij vlot in een veldje links van de groeve. Al fotograferend klinkt het verzoek of we ook een foto kunnen sturen naar de Vlinderstichting ter determinatie, dat kan altijd natuurlijk.

De braamparelmoervlinder de enige vindplaats van deze soort is op dit moment de Heimansgroeve. Fotograaf: Jaap Zuidersma

Dan gaan we de heuvel op en komen bij de poel waar de gaffelwaterjuffers twee aan twee tandemhartjes vormen. Hier vinden we ook nog de vuurlibel (niet te verwarren met de vuurjuffer want de vuurlibel is groter en zit met de vleugels open). We lopen de heuvel weer af richting de Geul en horen gepiep dat klinkt als dat van een cavia, zouden het korenwolven kunnen zijn? Of toch een ordinaire woelrat? De rivier heeft van sommige bomen de wortels bloot gelegd, maar toch staan ze nog overeind. Over een houten brug gaat het terug richting de Volmolen en langs de meidoornhaag naar de parkeerplaats.

Bij Korbosch bij Valkenburg kun je de herten zien vliegen

Een echte natuurliefhebber of natuurfotograaf zal bij bovenstaande titel niet in verwarring raken, het gaat hier natuurlijk om het vliegend hert (niet natuurliefhebbers zullen nu alleen maar nog verwarder zijn denk ik, maar de clou komt vanzelf). In het begin loopt het vlak over een zandpad door een bomenlaan die langs het riviertje de kleine Geul loopt. Daarna gaat het heel steil omhoog het bos in. Via een spoorbrug over het treinspoor komen we in het Noordelijke deel van het Korbosch terecht. Hier gaat het nog steeds heuvelop. Dan zien we in een holte van een boom een niet goed ontwikkeld exemplaar van een vliegend hert zitten (het achterlijf mist, de verwarring mist nog steeds zijn uitwerking niet denk ik).

De theunisbloem, een bloem die meestal open gaat tegen de avond om nachtvlinders aan te trekken. Fotograaf: Jaap Zuidersma

Dan lopen we tot de top en gaan weer naar beneden richting de spoorlijn, voor het spoor linksaf richting een weidegebied met hogerop de Mergelwand genaamd de Doalkesberg. Zo ver gaan we niet, we lopen hetzelfde pad terug en stuiten pardoes, en nu komt de clou, op de grootste kever van Nederland, het vliegend hert. Hij heeft een lengte van 30 tot 45 mm. Het is een donkerbruin met zwarte kever met een torpedoachtig achterlijf, maar de voorkant is het meest interessant. De sterk gepantserde kop heeft vooraan aan de zijkant de ogen in een punt geïntegreerd in het pantser. Daaronder zitten de geveerde voelers en daaronder zitten waar het allemaal om draait, namelijk de enorme kaken die lijken op een hertengewei en daarmee is de verwarring voorbij. Alleen de mannetjes hebben deze grote kaken waarmee ze hoog in de bomen (meestal eiken) met elkaar vechten. De winnaar pakt meestal de ander tussen de kaken vast en gooit de verliezer uit de boom, waarna hijzelf met het aanwezige vrouwtje kan paren.

Een vliegend hert, ze worden in Zuid-Limburg veel gevonden in eikenbossen zoals het Korbosch bij Valkenburg. Fotograaf: Jaap Zuidersma

De verliezer kan door de val de dood vinden, wordt daarna door slijmzwammen verteerd, op de kop na waarvan het chitine pantser te stevig is. Via het gat achter in de kop kan een bepaald soort mier in de kop een kolonie stichten met larven en al die dan wel 2 jaar lang hier kan vertoeven. Hoewel dit de grootste kever van Nederland is heeft hij gewoon vleugels onder zijn dekschilden waarmee hij, zij het klungelig, kan vliegen. De larven van de kever leven van dood hout, de kevers zelf leven onder andere van de sappen die vrij komen bij beschadigingen van bomen, de vrouwtjes beschadigen met hun kaken soms zelf opzettelijk de bast om de sappen vrij te krijgen.

Het zuidelijkste deel van Zuid-Limburg is een prachtig stukje on-Nederlands Nederland waar het heerlijk wandelen en fotograferen is. Een verslag van onze bezoeken aan het Bovenste bos en de groeve van de Sint Pietersberg vind je hier.

Kasteel Neercanne is het enige terrassenkasteel in Nederland, gebouwd op een aangelegd terras tegen de helling van de Cannerberg. Fotograaf: Jaap Zuidersma

Deel dit artikel


2
REACTIES
BEKIJK REACTIES en PLAATS UW REACTIE
  1. Door Matthijs Zwanziger op 9 september 2018 om 01:57

    Hoi Jaap.
    Bedankt voor de fijne wandeling door zuid Limburg.

    1. Hoi Matthijs,
      Het waren inderdaad fijne wandelingen en ik vind het leuk dat je dat ook terug ervaart in mijn verslag. Je hoeft er dus eigenlijk niet meer naar toe, maar zelf ervaren is toch eigenlijk wel het leukst en het is er uniek en soortenrijk genoeg voor het maken van menige foto.
      Jaap

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *