HOME < PRAKTIJK < TUTORIALS
tutorials

Hoe fotografeer je het Noorderlicht?

In een vorig artikel schreef ik al over de voorbereiding van een reis op zoek naar het Noorderlicht. Wanneer je die tips hebt opgevolgd kan het zijn dat je inderdaad het noorderlicht hebt gevonden! En daar sta je dan, in het donker, het groen en rood danst boven je hoofd en je wilt het vastleggen. Maar hoe doe je dat?

Noorderlicht
Als je goed hebt scherpgesteld, zijn de sterren geen schijfjes, maar puntjes. Fotograaf: Arjen Drost

Apparatuur

Het begint natuurlijk met de juiste apparatuur. Omdat de lichtomstandigheden lastig zijn, is het van belang een camera te hebben waarmee je ook met hogere ISO-waardes kunt fotograferen zonder teveel ruis te krijgen. En de camera moet de mogelijkheid hebben de belichting handmatig in te stellen.
Verder helpt het natuurlijk om een lichtsterke lens te hebben (f/4.0 maar liever nog f/2.8 of nog lichtsterker). Op die manier kun je, ook als het noorderlicht niet heel sterk is, toch nog mooie foto’s maken. Aangezien het Noorderlicht over het algemeen niet heel fel is, zul je met lange sluitertijden moeten fotograferen en is een stevig statief dus ook een noodzaak. Om trillingen nog meer te voorkomen kan het ook handig zijn om met een afstandsbediening te werken.

Noorderlicht
Hier heb ik de horizon onderin beeld gelegd, zodat er maximaal ruimte was voor de slingers Noorderlicht. Sigma 24mm/1.4; 20s bij f/1.4; iso 250. Fotograaf: Arjen Drost

Instellingen

’s Nachts wil je zo weinig mogelijk licht gebruiken om je ogen te laten wennen aan het duister. Dit houdt dus ook in dat je min of meer blind moet weten hoe je je camera instelt. Zorg er dus van te voren voor dat je weet hoe je de belangrijke instellingen (sluitertijd, diafragma, iso-waarde, scherpstellen) kunt aanpassen.

Door van een fish-eye lens gebruik te maken, kon ik de hele hemel in 1 keer fotograferen. Canon 8-15mm f/4 Fish-eye @ 8mm; 10 sec bij f/4.0: iso 1250. Fotograaf: Arjen Drost

Welke instellingen de juiste zijn, is afhankelijk van een aantal factoren. In ieder geval heb je de M-stand nodig, zodat je zowel diafragma, sluitertijd en de iso-waarde zelf in kunt stellen. Het diafragma is eigenlijk de makkelijkste. Aangezien het Noorderlicht minimaal 80km weg is, heb je al snel genoeg scherptediepte, dus is het geen probleem om het diafragma helemaal open te zetten (alleen als je een bepaald object in de voorgrond mee wil nemen, kan het handig zijn iets meer scherptediepte te nemen). Uiteraard heb je het liefst de iso-waarde zo laag mogelijk om ruis te voorkomen, maar aan de andere kant wil je het liefst ook een wat kortere sluitertijd hebben om de patronen in het noorderlicht vast te leggen. Ergens zul je hier dus een compromis moeten sluiten. Als er weinig beweging in het Noorderlicht is, kan een wat langere sluitertijd wel, met dus een lagere iso-waarde. Zit er juist veel beweging in, dan kies ik er meestal voor een wat kortere sluitertijd te nemen en dan de iso-waarde wat omhoog te doen. Is het Noorderlicht erg zwak? Tja, dan zit er niks anders op dan zowel de sluitertijd als de iso-waarde omhoog te doen.
En welke getalletjes horen hier nu bij? Dat is altijd lastig te zeggen, want dat is namelijk erg afhankelijk van hoe sterk het Noorderlicht is en hoe ruisgevoelig de camera. Zelf begin ik vaak met f/4 (m’n groothoek helemaal open), 10 sec sluitertijd en iso 1600. Aan de hand daarvan kan ik dan bepalen of ik de sluitertijd of iso-waarden nog aan moet passen. Maar ik heb ook fotografen gehoord die juist beginnen met een redelijk lage iso-waarde en dan een sluitertijd van 25 seconden. Dit blijft dus erg persoonlijk.

noorderlicht
De stenen op de voorgrond geven wat meer diepte aan de foto. Sigma 24mm/1.4; 20s bij f/1.4; iso 400. Fotograaf: Arjen Drost

Scherpstellen is in dit geval ook niet heel makkelijk. Er is namelijk te weinig contrast voor de autofocus en dit zal dus ook handmatig moeten gebeuren. In het donker is het echter lastig om te zien wat echt scherp is. Je lens op oneindig draaien kan prima werken. Let op: De lens helemaal tot het einde draaien is vaak verder dan oneindig en zal dus weer onscherpte opleveren. Een alternatief kan zijn scherp te stellen op een lamp (of de maan!) die erg ver weg staat of overdag te kijken waar het oneindigpunt precies ligt. Het kan in ieder geval geen kwaad om na de eerste paar foto’s even te kijken of de sterren inderdaad kleine puntjes zijn of dat het meer schijfjes zijn.

Noorderlicht
Door de horizon in het midden te leggen, kon ik de weerspiegeling van het Noorderlicht in het fjord ook meenemen. Sigma 24mm/1.4; 5 sec. bij f/1.4; iso 400. Fotograaf: Arjen Drost

Qua compositie zijn er natuurlijk allerlei mogelijkheden. Je kunt ervoor kiezen om geen horizon mee te nemen en alleen het noorderlicht en de sterren te fotograferen. Dit geeft vaak een wat vervreemdend effect, aangezien niet iedereen door heeft waar je naar kijkt. Gebruikelijker is het om de horizon onderin beeld te zetten, zodat je nog net iets van het landschap ziet, maar er maximaal ruimte is voor het noorderlicht. Als het landschap goed meewerkt, kan het zeker ook de moeite zijn om iets op de voorgrond mee te nemen. Een huis, boot of markante steen op de voorgrond creëert mooi diepte in de foto. Alternatief kan ook nog zijn om een meertje of fjord op de voorgrond te zetten, zodat je de weerspiegeling van het noorderlicht in het water kunt zien.

Maar vergeet vooral niet om te blijven genieten. Het voordeel van de lange sluitertijden is dat je, tijdens het maken van de foto’s, rustig naar boven kan blijven kijken.

Met behulp van timelapse kun je de beweging van het noorderlicht goed vastleggen:

Arctic Winter Lights from Arjen Drost on Vimeo.

Deel dit artikel


0
REACTIES
BEKIJK REACTIES en PLAATS UW REACTIE

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *