Hoe maak je scherpere macrofoto’s?

Scherpte kan een foto maken of breken. Een onscherpe of bewogen foto geldt in de regel als ‘mislukt’. Maar de foto is ook niet per definitie gelukt als alles scherp is. Wat scherp in beeld moet komen, beslist de fotograaf – een creatieve keuze, waarvoor je inzicht moet hebben in de technische mogelijkheden. Om vervolgens de foto te maken die je voor ogen hebt is zeker bij macrofotografie geen sinecure. De korte afstanden, forse vergroting en onhandige standpunten zijn complicaties waar je mee moet leren omgaan.
scherpere macrofoto's
Fotograaf: Arjan Troost

Scherptediepte

De eerste vraag is hoe scherpte en onscherpte in je foto zich verhouden tot het onderwerp. Oftewel: welke scherptediepte wil je bereiken? Scherpstellen doe je op een punt, maar een gebied voor en achter het scherpstelpunt komt straks ook scherp in beeld. Die scherptediepte bepaalt voor een groot deel hoe je foto eruitziet. Een grote scherptediepte laat veel zien, wat mooi kan werken, maar niet als ook een lelijke achtergrond daardoor de aandacht trekt. Met een kleine scherptediepte krijg je een compleet andere foto. Het is dan lastiger het onderwerp scherp te krijgen, maar je kunt het wel gemakkelijker isoleren tegen een onscherpe achtergrond.

De scherptediepte is afhankelijk van drie factoren:

  • de scherptediepte is kleiner bij een groter diafragma
  • de scherptediepte is kleiner bij een grotere brandpuntsafstand
  • de scherptediepte is kleiner bij een kleinere afstand tot het onderwerp.

Karakteristiek voor macrofotografie is dat je streeft naar veel vergroting, en dus dicht bij je onderwerp werkt, en/of lange brandpuntsafstanden gebruikt. Omdat beide de scherptediepte verkleinen, wordt het lastig veel van je onderwerp scherp in beeld te krijgen. De keuze van het diafragma is daarom van groot belang.

Diafragma

Het diafragma is het belangrijkste gereedschap om de scherptediepte te beheersen. Laat de instelling niet aan de camera over maar werk met de stand diafragmavoorkeuze (A of Av). Een groot diafragma (F2.8 of F4) zorgt voor een kleine scherptediepte, een klein diafragma (F16 of F22) voor een grote scherptediepte. Tijdens het fotograferen kun je op een spiegelreflexcamera de scherptediepte controleren met een knop: de scherptedieptecontrole. De camera sluit dan het diafragma tot de ingestelde waarde, waardoor het beeld scherper en donkerder wordt.

Bedenk wel dat veel lenzen door hun optische eigenschappen het best presteren rond de F8 en dat er bij heel grote of kleine diafragma’s scherpteverlies optreedt. Bovendien krijg je bij heel kleine diafragma’s (vanaf F16 of F22) te maken met diffractie. Bij zo’n kleine diafragma-opening buigt het licht een beetje af en valt niet langer als punt op de sensor, maar als vlekje. Dat vertaalt zich in onscherpte, hoe goed of duur een lens ook is. Houd dus in de gaten dat de keuze voor een klein diafragma voor meer scherptediepte niet wil zeggen dat de foto scherper wordt!

Een bijverschijnsel van meer diafragmeren is dat je het stof op je sensor beter gaat zien. Maak maar eens een opname van een egaal vlak op F22 en je kunt voor een onaangename verrassing komen te staan.

scherpere macrofoto's
Struiksprinkhaan gefotografeerd met diafragma F2.8 waardoor alle nadruk op de sprinkhaan ligt. Fotograaf: Leon Baas
scherpere macrofoto's
Dezelfde struiksprinkhaan gefotografeerd met diafragma F22 waardoor het landschap en dus de leefomgeving bij het beeld wordt betrokken. Fotograaf: Leon Baas

Brandpuntsafstand

Het effect van de brandpuntsafstand op de scherptediepte is overduidelijk als je foto’s gemaakt met een groothoeklens en met een telelens met elkaar vergelijkt: een groothoeklens resulteert in veel scherptediepte, een telelens in weinig, soms maar enkele millimeters. In de macrofotografie is een telelens dan ook goed in te zetten als je heel selectief wilt scherpstellen. De scherptediepte is gerelateerd aan de werkelijke brandpuntsafstand van de lens. Je moet er dus op bedacht zijn dat een beeld gemaakt met camera met een 1.5 cropfactor en een 100mm lens qua uitsnede weliswaar overeenkomt met dat van een 150mm lens op een full-framecamera, maar dat bij de cropcamera de scherptediepte groter is (door het kortere brandpunt). Fotografen die graag met minder scherptediepte werken verkiezen daarom soms een full-framecamera.

Dat een langere brandpuntsafstand minder scherptediepte heeft dan een kortere geldt uiteraard alleen als de omstandigheden verder gelijk zijn. In de praktijk zul je echter met een telelens op grotere afstand van het onderwerp staan, wat de scherptediepte in omgekeerde richting beïnvloedt: die wordt daardoor weer groter.

Het totale beeld bij een foto met telelens vertoont echter dikwijls toch veel onscherpte in de achtergrond. Dat komt doordat bij gebruik van een lens van bijvoorbeeld 300mm, alleen een kleine uitsnede van de achtergrond in beeld komt, sterk uitvergroot. Een lens van 70mm laat meer van de achtergrond zien en haalt ‘m niet zo sterk naar voren. Daardoor geeft een flinke telelens dikwijls een rustige, vage achtergrond waarin je onderwerp goed uitkomt.

scherpere macrofoto's
Gulden sleutelbloemen schuin van boven gefotografeerd met een standaardlens. De achtergrond is erg onrustig. Fotograaf: Paul van Hoof
scherpere macrofoto's
Dezelfde pol sleutelbloemen, maar nu genomen met een telelens plat op de grond. Hoewel een kleiner diafragma is gebruikt is door het gebruik van de telelens een heel rustige achtergrond ontstaan. Fotograaf: Paul van Hoof

Autofocus of niet?

In sommige situaties is de keuze voor handmatig scherpstellen of de autofocus gebruiken niet louter een kwestie van persoonlijke voorkeur. Bij bewegende onderwerpen geeft AF je soms net wat meer snelheid, met meer kans op een scherpe opname. Kies wel zelf je scherpstelpunt, want als je dat aan de camera overlaat, dan wordt het meestal een punt van je onderwerp dat het dichtst bij de camera ligt. Dat is waarschijnlijk niet de bedoeling, en bovendien heeft het als nadeel dat je toch al geringe scherptediepte bij macrofotografie nog kleiner uitvalt. Ongeveer de helft van je scherptediepte ligt dan namelijk in het luchtledige vóór je onderwerp.

Om optimale controle te hebben over scherpte(diepte) geven veel macrofotografen de voorkeur aan handmatige scherpstelling (MF). Bij stilstaande onderwerpen bepaal je eerst je compositie en stelt dan scherp, exact waar jij dat wilt. Omdat dat bij macrofotografie zo precies komt gaat dat het beste vanaf statief. Kun je geen statief gebruiken, dan zet je eerst de scherpstelring op de minimumafstand (ervan uitgaande dat je een maximale vergroting wilt) en beweegt dan heel langzaam de camera naar je onderwerp toe tot je scherp beeld hebt.

Scherpstelslede

Scherpstellen door naar je onderwerp toe te bewegen gaat prima uit de hand, maar het is niet helemaal nauwkeurig. Ook is het lastig om zo meerdere opnamen te maken met hetzelfde scherpstelpunt. Maar zet je de camera op statief, dan lukt het in het veld vaak weer niet om millimeter voor millimeter naar je onderwerp toe te schuiven. Een scherpstelslede komt dan goed van pas. Je kunt dan je camera heel nauwkeurig naar je onderwerp toe bewegen totdat het beeld scherp is.

scherpere macrofoto's
Met een scherpstelslede kun je je camera heel nauwkeurig naar je onderwerp toe bewegen totdat het beeld scherp is. Foutje in beeld: de stabilizer had natuurlijk UIT moeten staan! Fotograaf: Jaap Schelvis

Live view

Bij de huidige digitale spiegelreflexcamera’s kun je niet alleen scherpstellen via de zoeker, maar ook op het schermpje achter op de camera: live view. Daarmee kun je veel nauwkeuriger scherpstellen dan alleen door de zoeker. Bovendien kun je bij sommige camera’s het schermpje uitklappen, waardoor je in onhandige posities makkelijker kunt scherpstellen.

Eerst bepaal je met de camera op statief de beelduitsnede en stel je grofweg scherp door de zoeker. Dan schakel je over op live view. Op het schermpje zie je hetzelfde als door de zoeker, met één groot verschil: je kunt inzoomen! (Vandaar dat de camera op statief moet staan).

scherpere macrofoto's
Door met live view in te zoomen (hier 5x) kun je heel nauwkeurig scherpstellen. Fotograaf: Jaap Schelvis

Het inzoomen verandert je werkelijke beelduitsnede niet, je vergroot alleen het beeld op het schermpje, om zo heel precies scherp te stellen. Het leuke is dat dit zowel handmatig werkt als met autofocus. Je maakt dan geen gebruik van de scherpstelpunten van de camera, maar je kunt elk plekje in beeld kiezen, dus ook de uiterste randen.

Live view werkt perfect met een macrolens, maar minstens zo goed met een groothoek- of telelens. Bij een telelens, met zeer beperkte scherptediepte, is de scherpstelling heel kritisch, en dat is door de zoeker bijna niet te zien. Een nadeel van live view is dat je overdag met fel licht het beeld op het schermpje niet goed kunt zien.

14 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Geef een reactie

14 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze artikelen vind je vast ook interessant: