HOME < PRAKTIJK < TUTORIALS
tutorials

Hoe maak je scherpere macrofoto’s?

Scherpte kan een foto maken of breken. Een onscherpe of bewogen foto geldt in de regel als ‘mislukt’. Maar de foto is ook niet per definitie gelukt als alles scherp is. Wat scherp in beeld moet komen, beslist de fotograaf – een creatieve keuze, waarvoor je inzicht moet hebben in de technische mogelijkheden. Om vervolgens de foto te maken die je voor ogen hebt is zeker bij macrofotografie geen sinecure. De korte afstanden, forse vergroting en onhandige standpunten zijn complicaties waar je mee moet leren omgaan.

Kleine roodoogjuffer
Delen

Scherptediepte

De eerste vraag is hoe scherpte en onscherpte in je foto zich verhouden tot het onderwerp. Oftewel: welke scherptediepte wil je bereiken? Scherpstellen doe je op een punt, maar een gebied voor en achter het scherpstelpunt komt straks ook scherp in beeld. Die scherptediepte bepaalt voor een groot deel hoe je foto eruitziet. Een grote scherptediepte laat veel zien, wat mooi kan werken, maar niet als ook een lelijke achtergrond daardoor de aandacht trekt. Met een kleine scherptediepte krijg je een compleet andere foto. Het is dan lastiger het onderwerp scherp te krijgen, maar je kunt het wel gemakkelijker isoleren tegen een onscherpe achtergrond.

De scherptediepte is afhankelijk van drie factoren:

  • de scherptediepte is kleiner bij een groter diafragma
  • de scherptediepte is kleiner bij een grotere brandpuntsafstand
  • de scherptediepte is kleiner bij een kleinere afstand tot het onderwerp.

Karakteristiek voor macrofotografie is dat je streeft naar veel vergroting, en dus dicht bij je onderwerp werkt, en/of lange brandpuntsafstanden gebruikt. Omdat beide de scherptediepte verkleinen, wordt het lastig veel van je onderwerp scherp in beeld te krijgen. De keuze van het diafragma is daarom van groot belang.

Diafragma

Het diafragma is het belangrijkste gereedschap om de scherptediepte te beheersen. Laat de instelling niet aan de camera over maar werk met de stand diafragmavoorkeuze (A of Av). Een groot diafragma (F2.8 of F4) zorgt voor een kleine scherptediepte, een klein diafragma (F16 of F22) voor een grote scherptediepte. Tijdens het fotograferen kun je op een spiegelreflexcamera de scherptediepte controleren met een knop: de scherptedieptecontrole. De camera sluit dan het diafragma tot de ingestelde waarde, waardoor het beeld scherper en donkerder wordt.

Bedenk wel dat veel lenzen door hun optische eigenschappen het best presteren rond de F8 en dat er bij heel grote of kleine diafragma’s scherpteverlies optreedt. Bovendien krijg je bij heel kleine diafragma’s (vanaf F16 of F22) te maken met diffractie. Bij zo’n kleine diafragma-opening buigt het licht een beetje af en valt niet langer als punt op de sensor, maar als vlekje. Dat vertaalt zich in onscherpte, hoe goed of duur een lens ook is. Houd dus in de gaten dat de keuze voor een klein diafragma voor meer scherptediepte niet wil zeggen dat de foto scherper wordt!

Een bijverschijnsel van meer diafragmeren is dat je het stof op je sensor beter gaat zien. Maak maar eens een opname van een egaal vlak op F22 en je kunt voor een onaangename verrassing komen te staan.

Struiksprinkhaan
Struiksprinkhaan gefotografeerd met diafragma F2.8 waardoor alle nadruk op de sprinkhaan komt te liggen.
Struiksprinkhaan
Dezelfde struiksprinkhaan gefotografeerd met diafragma F22 waardoor het landschap en dus de leefomgeving bij het beeld wordt betrokken.

Brandpuntsafstand

Het effect van de brandpuntsafstand op de scherptediepte is overduidelijk als je foto’s gemaakt met een groothoeklens en met een telelens met elkaar vergelijkt: een groothoeklens resulteert in veel scherptediepte, een telelens in weinig, soms maar enkele millimeters. In de macrofotografie is een telelens dan ook goed in te zetten als je heel selectief wilt scherpstellen. De scherptediepte is gerelateerd aan de werkelijke brandpuntsafstand van de lens. Je moet er dus op bedacht zijn dat een beeld gemaakt met camera met een 1.5 cropfactor en een 100mm lens qua uitsnede weliswaar overeenkomt met dat van een 150mm lens op een full-framecamera, maar dat bij de cropcamera de scherptediepte groter is (door het kortere brandpunt). Fotografen die graag met minder scherptediepte werken verkiezen daarom soms een full-framecamera.

Dat een langere brandpuntsafstand minder scherptediepte heeft dan een kortere geldt uiteraard alleen als de omstandigheden verder gelijk zijn. In de praktijk zul je echter met een telelens op grotere afstand van het onderwerp staan, wat de scherptediepte in omgekeerde richting beïnvloedt: die wordt daardoor weer groter.

Het totale beeld bij een foto met telelens vertoont echter dikwijls toch veel onscherpte in de achtergrond. Dat komt doordat bij gebruik van een lens van bijvoorbeeld 300mm, alleen een kleine uitsnede van de achtergrond in beeld komt, sterk uitvergroot. Een lens van 70mm laat meer van de achtergrond zien en haalt ‘m niet zo sterk naar voren. Daardoor geeft een flinke telelens dikwijls een rustige, vage achtergrond waarin je onderwerp goed uitkomt.

sleutelbloemen
Gulden sleutelbloemen schuin van boven gefotografeerd met een standaardlens. De achtergrond is erg onrustig.
sleutelbloemen
Dezelfde pol sleutelbloemen, maar nu genomen met een telelens plat op de grond. Hoewel een kleiner diafragma is gebruikt is door het gebruik van de telelens een heel rustige achtergrond ontstaan.

Autofocus of niet?

In sommige situaties is de keuze voor handmatig scherpstellen of de autofocus gebruiken niet louter een kwestie van persoonlijke voorkeur. Bij bewegende onderwerpen geeft AF je soms net wat meer snelheid, met meer kans op een scherpe opname. Kies wel zelf je scherpstelpunt, want als je dat aan de camera overlaat, dan wordt het meestal een punt van je onderwerp dat het dichtst bij de camera ligt. Dat is waarschijnlijk niet de bedoeling, en bovendien heeft het als nadeel dat je toch al geringe scherptediepte bij macrofotografie nog kleiner uitvalt. Ongeveer de helft van je scherptediepte ligt dan namelijk in het luchtledige vóór je onderwerp.

Om optimale controle te hebben over scherpte(diepte) geven veel macrofotografen de voorkeur aan handmatige scherpstelling (MF). Bij stilstaande onderwerpen bepaal je eerst je compositie en stelt dan scherp, exact waar jij dat wilt. Omdat dat bij macrofotografie zo precies komt gaat dat het beste vanaf statief. Kun je geen statief gebruiken, dan zet je eerst de scherpstelring op de minimumafstand (ervan uitgaande dat je een maximale vergroting wilt) en beweegt dan heel langzaam de camera naar je onderwerp toe tot je scherp beeld hebt.

Scherpstelslede

Scherpstellen door naar je onderwerp toe te bewegen gaat prima uit de hand, maar het is niet helemaal nauwkeurig. Ook is het lastig om zo meerdere opnamen te maken met hetzelfde scherpstelpunt. Maar zet je de camera op statief, dan lukt het in het veld vaak weer niet om millimeter voor millimeter naar je onderwerp toe te schuiven. Een scherpstelslede komt dan goed van pas. Je kunt dan je camera heel nauwkeurig naar je onderwerp toe bewegen totdat het beeld scherp is.

scherpstelslede
Met een scherpstelslede kun je je camera heel nauwkeurig naar je onderwerp toe bewegen totdat het beeld scherp is.

Live view

Bij de huidige digitale spiegelreflexcamera’s kun je niet alleen scherpstellen via de zoeker, maar ook op het schermpje achter op de camera: live view. Daarmee kun je veel nauwkeuriger scherpstellen dan alleen door de zoeker. Bovendien kun je bij sommige camera’s het schermpje uitklappen, waardoor je in onhandige posities makkelijker kunt scherpstellen.

Eerst bepaal je met de camera op statief de beelduitsnede en stel je grofweg scherp door de zoeker. Dan schakel je over op live view. Op het schermpje zie je hetzelfde als door de zoeker, met één groot verschil: je kunt inzoomen! (Vandaar dat de camera op statief moet staan).

live view
Door met live view in te zoomen (hier 5x) kun je heel nauwkeurig scherpstellen.

Het inzoomen verandert je werkelijke beelduitsnede niet, je vergroot alleen het beeld op het schermpje, om zo heel precies scherp te stellen. Het leuke is dat dit zowel handmatig werkt als met autofocus. Je maakt dan geen gebruik van de scherpstelpunten van de camera, maar je kunt elk plekje in beeld kiezen, dus ook de uiterste randen.

Live view werkt perfect met een macrolens, maar minstens zo goed met een groothoek- of telelens. Bij een telelens, met zeer beperkte scherptediepte, is de scherpstelling heel kritisch, en dat is door de zoeker bijna niet te zien. Een nadeel van live view is dat je overdag met fel licht het beeld op het schermpje niet goed kunt zien.

cover macrofotografie praktijkboek
Meer lezen over macrofotografie?

Koop ons Praktijkboek macrofotografie.
Hét standaardwerk over macrofotografie.
Te koop bij de betere boekhandel en via de webshop.

Deel dit artikel


10
REACTIES
BEKIJK REACTIES en PLAATS UW REACTIE
  1. Heel mooi artikel Paul!
    Alleen jammer dat je net als heel veel andere fotografen denkt dat scherptediepte afhankelijk is van de brandpuntsafstand van het objectief.
    De scherptediepte is ALLEEN afhankelijk van de afbeeldeingsmaatstaf en het diafragma.
    Dat is een natuurkundige wet en die kun je niet ter discussie stellen. Natuurkundige wetten zijn niet zoiets als een geloofsovertuiging die je kunt aanhangen of verwerpen. Wanneer je bijvoorbeeld niet gelooft dat er zoiets als de wet van de zwaartekracht bestaat en je stapt uit een raam, dan val je gewoon op je snuit en maakt het niet uit of je in zwaartekracht gelooft of niet.
    Zo is het ook met optische wetmatigheden, die gelden altijd en voor iedereen.
    Wanneer je dichterbij fotografeert krijg je een grotere afbeeldingsmaatstaf dus minder scherptediepte.
    Fotografeer je met een camera met een kleinere sensor dan heb je bij hetzelfde beeld een kleinere afbeeldingsmaatstaf en daarmee meer scherptediepte.
    Zie voor verdere uitleg: http://www.natuurfoto.nl/oktober-2012-tips-en-trucs/

    1. Hallo Frans. Hartelijk dank voor je reactie! Je zult ongetwijfeld gelijk hebben. Ik heb de optische wetten er inderdaad niet op nageslagen. Vooral m’n eigen ervaring. We hebben deze discussie in grote lijnen ook gevoerd bij het schrijven van het praktijkboek macrofotografie, waarop deze tekst is gebaseerd. Er zijn twee termen die door elkaar zijn gaan lopen. Feitelijke scherptediepte en achtergrondonscherpte. In praktijk bedoelen we daar vaak hetzelfde mee, maar in feite is dat niet zo. Daarin heb je gelijk. Om hier alles te scheiden tot op de letter van de (natuur)wet voerde te ver. Hopelijk is hiermee de gedachte erachter wat verduidelijkt.
      Groeten, Paul

  2. Goed geschreven, begrijpelijk stukje. Wat mij altijd verbaasd is de mening of je stabilisatie aan of uit moet zetten op statief . Ik heb een fotoworkshop bij Ruben Smit gevolgd ( toch niet de minste !) . Hij laat beeldstabilisatie altijd aan staan dus ook op statief ! Wat is waarheid ?

    1. Hallo Huub, beide kunnen waar zijn! Het maakt uit welke lens je gebruikt. Nieuwere modellen en met name bepaalde merken detecteren of ze op statief staan. Dat valt de stabilisatie vanzelf uit. Bij bijna alle (oudere) lenzen geldt dat als je ze op statief gebruikt en het balhoofd niet vastzet ze hun trilling toch wel kwijt kunnen. Maar als je alles stevig vast zet creëren deze lenzen trilling. Dus kijk even in de handleiding van je lens. Maar als je op veilig wilt spelen zou ik hem uitzetten.

      1. Hallo Paul , ik heb een canon 100mm f2.8 macro-objectief L serie. Volgens mij schakelt deze de stabilisatie niet automatisch uit op statief .

        1. Dag Huub,
          Als Nikon fotograaf durf ik dat niet met zekerheid te zeggen. Raadpleeg de handleiding eens, anders voor de zekerheid toch maar uitzetten als je op statief of rijstzak werkt. Groet, Paul

  3. Geweldig stuk Paul! Wat ik zelf vaak doe, als ik uit de hand schiet en de scherpte héél kritisch is (vooral bij érg kleine beestjes en grote vergrotingen) is fotograferen op de repeteerstand. Als je de foto’s dan nakijkt zit er altijd wel ééntje bij waar de scherpte echt perfect geplaatst is. En waar ik bijna ltijd mee werk is ‘Trap-Focus’ (Canon, Nikon?), of ‘Catch-in focus’ zoals dat bij Pentax heet. Een rustende libel in wuivend riet schiet je dan vrij gemakkelijk op het juiste punt scherp.

    grt,

    Chris

    1. Dank je Chris. Meerdere opnamen maken is altijd goed, zelfs als je vanaf statief werkt.
      Trap focus ken ik niet als Nikon gebruiker. Ik snap wat e er mee bedoeld en kan vanuit de hand of met bewegende onderwerpen inderdaad goed werken.

  4. Door peter wijn op 21 maart 2016 om 09:00

    Wat een goed en compleet overzicht. Compliment.

    1. Dank je Peter. Leuk om te horen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *