Macrofotografie met Judith Borremans: deel 1 – mijn materialen

Het voorjaar komt er aan, ben jij daar ook zo aan toe? Heerlijk om weer naar buiten te gaan op zoek naar mooie onderwerpen voor macrofotografie. Maar welke apparatuur is nu handig? Waar vind je je onderwerp en hoe leg je die het mooiste vast? En moet je nog nabewerken en zo ja, hoe en wat? Al deze dingen ga ik je uitleggen in deze drieluik. Dit eerste deel gaat over de apparatuur die ik gebruik voor mijn macrofotografie.
minilandschapje
Minilandschapje met de 100mm F2.8 macrolens op een fullframe camera op f/2.8, 1/25 sec en ISO 320. Fotograaf: Judith Borremans

Camera

Na jaren tot tevredenheid met een spiegelreflexcamera te hebben gefotografeerd maak ik mijn macrofoto’s inmiddels met de spiegelloze camera van Canon. Een ideale camera voor macrofotografie en niet in de laatste plaats door het handige klapschermpje. Dit werkt erg fijn als je laag bij de grond fotografeert. Maar natuurlijk ben ik ook blij met de uitstekende kwaliteit van de beelden met deze camera.

Lenzen

Zelf gebruik het liefst een “echte” macrolens. Bijvoorbeeld een 100mm f2.8 macrolens. De (vaste) brandpuntafstand van 100mm vind ik fijn om me te werken. Je kan wat afstand houden van je onderwerp en hierdoor minilandschapjes fotograferen. Maar de afstand van je onderwerp is nog wel dichtbij genoeg om even een storend takje of zoiets weg te halen.

De minimale scherpstelafstand met deze lens is 31 cm: dichterbij dan 31 cm kan je dus niet meer scherp stellen. Zou je dit wel willen, dan kan je aan de slag met een Ultra Macrolens. Zelf gebruik ik veel de Laowa 25mm Ultra Macro lens, maar je kan hiervoor ook heel goed de Canon MP-E 65mm gebruiken. Deze lenzen zijn wel een echte uitdaging, immers je moet echt heel dicht op je onderwerp kruipen en dit vergt een hele andere manier van kijken en compositie kiezen. Je kan dit overigens ook bereiken met het gebruik van tussenringen of een voorzetlens. Je hebt dan vaak wel wat meer licht nodig en je foto’s worden wat softer.

Dezelfde kleine paddenstoeltjes als hierboven maar dan heel dichtbij gefotografeerd met de Laowa 25mm Ultra Macrolens op f/4.0, 1/60 sec met ISO 2000. Fotograaf: Judith Borremans

Statief

Een statief is voor mij onmisbaar. Ook als is het niet altijd fijn met je statief te slepen en lijkt het statief je misschien te beperken, uiteindelijk wil ik niet zonder. Immers, ik kan dan minutieus bepalen waren de scherpte ligt met gebruik van liveview (leg ik in een volgend deel uit). Daarnaast neem je meer de tijd voor het kiezen van de juiste compositie, hoe is de achtergrond en waar valt het licht enz. Omdat mijn macro-onderwerpen vaak laag bij de grond zijn, is de middenzuil van mijn statief bijna altijd omgedraaid en hang ik mijn camera hieronder. Op deze manier kan ik echt laag bij de grond fotograferen. Nog lager dan dat mijn camera bijvoorbeeld op een rijstzak ligt.

Bij sommige merken hebben een statiefgondel, waardoor je camera aan die lensgondel kan ophangen en kan draaien. Heeft jouw lens dat niet, dan moet je camera dus op zijn kop hangen. Dat is wennen, immers alle knopjes zitten dan ondersteboven, maar als je even doorzet, went dat snel!

Middenzuil op zijn kop, camera eronder. Fotograaf: Judith Borremans
Hazenpootjes vanaf een laag standpunt, waardoor een mooie zachte achtergrond ontstaat. Op f/2.8, 1/200 sec en ISO 320. Fotograaf: Judith Borremans

Macroslider

Op de lenzen voor Ultra Macro zit geen scherpstelring. Met deze lenzen moet je naar voor en naar achter bewegen om scherp te stellen. In dat geval kan je eigenlijk niet zonder een macroslider werken. Door de slider kan je je camera op je statief van voor naar achter “sliden” Hierdoor kan je op de millimeter bepalen wat scherp is in jouw compositie. Voor mijn “gewone” macrolens gebruik ik geen slider, immers dan gebruik ik de scherpstelring op de lens. Overigens is een macroslider onmisbaar als je fotostacking wilt doen.

De slider gaat op het balhoofd en je camera gaat met behulp van het statiefplaatje op de slider. Fotograaf: Judith Borremans
Dit springstaartje zat mooi stil en met behulp van de slider kan ik een paar millimeter naar voren om precies het beestje scherp in beeld te krijgen. Met de Laowa 25mm Ultra Macro op f/4.0, 1/15 sec en ISO 3200. Fotograaf: Judith Borremans

Extra licht

Het liefst gebruik ik natuurlijk licht. Maar heel soms gebruik ik een flitser los van de camera of een klein lampje. Dit laatste vind ik zelf prettiger omdat je dit lampje constant kan laten schijnen; je ziet dan bij voorbaat waar het licht valt. Overigens gebruik ik het nooit om mijn onderwerp uit te lichten, maar schijn ik het licht bijvoorbeeld op de achtergrond. Ook al is het saai licht, hierdoor wordt de achtergrond wat levendiger.

Opstelling met een LED panel voor extra licht. Fotograaf: Judith Borremans
Paddenstoeltje zonder lampje op de achtergrond. Met 100mm macrolens op f/2.8, 1/6 sec en ISO 125. Fotograaf: Judith Borremans
Paddenstoeltje met lampje op de achtergrond. Met 100mm macrolens op f/2.8, 1/5 sec en ISO 125. De achtergrond krijgt iets meer sprankeling. Fotograaf: Judith Borremans

Met dit lampje of een flitser kan je ook zorgen voor een lichtvlek in de achtergrond. En dan proberen je onderwerp precies voor die lichtvlek in beeld te krijgen voor een mooi beeld.

Spinnetje met de Laowa 60mm Ultra Macro op f/4.0, 1/13 sec en ISO 100. Fotograaf: Judith Borremans
Door het lampje op de achtergrond te laten schijnen ontstaat een lichtvlek en gelukkig bleef het spinnetje eventjes stil hangen precies voor het licht. Met de Laowa 60mm Ultra Macro op f/4.0, 1/13 sec en ISO 100. Fotograaf: Judith Borremans

Afstandsbediening

Tenslotte gebruik ik ook altijd een afstandsbediening. En dan het liefst 1 met een draad aan de camera verbonden. Die doet het altijd (geen last van lege batterijen) en je kan hem niet verliezen in het veld, want hij zit vast aan je camera 😉 Een afstandsbediening met infrarood werkt niet altijd prettig. Je moet goed richten op de ontvanger (vaak aan de voorkant van je camera ) en in die tijd kan je beweeglijke springstaartje alweer uit je beeld weg zijn. Soms gebruikt men de 2 sec optie van de camera: je drukt op de sluiter en na 2 seconden wordt de foto gemaakt. Inderdaad handig om trilling te voorkomen. Maar in die 2 seconden kan er net een klein windvlaagje zijn, waardoor je onderwerp niet meer scherp is. Beter kies je zelf het moment van afdrukken en gebruik je een afstandsbediening met draad.

Ik hoop dat dit artikel je wat duidelijkheid verschaft in apparatuur voor mijn macrofotografie. In het volgende deel leg ik jullie graag hoe ik mijn compositie kies en waardoor die pasteltinten in mijn foto’s ontstaan.

Verder lezen:

Dit tutorial bestaat uit drie delen. Wil je meer lezen kies dan hieronder welk deel je wilt lezen:

Macrofotografie met Judith Borremans deel 2: Licht en compositie
Macrofotografie met Judith Borremans deel 3: De nabewerking

23 reacties

  1. Hallo lieve judith, ook dit stuk heb je weer prachtig beschreven, zo duidelijk. Kleine tip er zijn ook losse afstandsbedieningen waarbij je ook achter de camera kunt blijven staan en/of zelfs door het glaswerk heen (zelfs bij tripple glas😉)
    Liefs van mij xxx

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Geef een reactie

23 reacties

  1. Hallo lieve judith, ook dit stuk heb je weer prachtig beschreven, zo duidelijk. Kleine tip er zijn ook losse afstandsbedieningen waarbij je ook achter de camera kunt blijven staan en/of zelfs door het glaswerk heen (zelfs bij tripple glas😉)
    Liefs van mij xxx

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze artikelen vind je vast ook interessant: