HOME < PRAKTIJK < TUTORIALS
Tutorials

Vage achtergronden

Hoe heerlijk is dat. Een beestje of bloempje haarscherp in beeld zonder dat je last hebt van een drukke verstorende achtergrond. In plaats daarvan geef je je onderwerp een sfeervol decor waarin je zo fijn kunt wegdromen. Alleen is de vraag: hoe krijg je het voor elkaar om je achtergronden zo lekker romig, zacht en egaal te krijgen? In dit artikel een paar tips en trucs voor vage achtergronden in je foto.

Vage achtergronden
Doordat de achtergrond mooi wazig is leidt hij niet af van het onderwerp. Fotograaf: Ron Poot

Vaag

Maar eerst: wat bedoelen we met een “vage achtergrond”? Eigenlijk gaat het erom dat je je hoofdonderwerp wilt isoleren van de omgeving zodat het beter uitkomt en alle aandacht daarnaar toe gaat. Dan zit je niet te wachten op allerlei verstorende elementen in beeld die de kijker van jouw onderwerp afleiden: blaadjes, sprietjes, takken of een bonte mengeling van felle kleuren en contrasten. Die kunnen trouwens zowel in voor- en achtergrond zitten. Wat je wilt is dat voor- en achtergrond je beeld niet verstoren maar juist versterken. Dan gaat het niet alleen over het creëren van vaagheid, maar veel meer over hoe je licht en kleuren uit voor- en achtergrond op een krachtige manier verwerkt in je compositie. Als je het zo benadert, ben je niet plotseling niet alleen maar druk met je hoofdonderwerp, maar steeds meer (en misschien wel het meest!) met voor- en achtergrond. Denken vanuit de voor/achtergrond is het motto!

Scherptediepte

Kernbegrip bij dit thema is scherptediepte, ook wel bekend onder de Engelse term “depth of field”, afgekort DOF. Onder scherptediepte verstaan we de afstanden waarbinnen je opname scherp is. Met je camera stel je scherp op een bepaald onderwerp. Uiteraard is dit scherp op de ingestelde afstand, maar ook een stukje ervoor en een stukje erachter is er nog scherpte. Het stuk tussen minimale en maximale afstand waar het nog net scherp is, is je scherptediepte. Hoe groot die scherptediepte is, hangt af van je camera, je objectief en je instellingen.

Omdat we het hebben over vage achtergronden is het onscherpe gebied buiten het bereik van de scherptediepte interessant. Hoe kleiner de scherptediepte, hoe groter de onscherpte voor en achter het scherpe gebied. Dus voor “vage achtergronden” helpt het om de scherptediepte zo klein mogelijk te houden.

Diafragma

Scherptediepte kun je beïnvloeden met je diafragma-instelling. Hoe groter je diafragma-opening is, hoe kleiner de scherptediepte. Op de camera zie je dit terug als de f-waarde. Een lage f-waarde, bijvoorbeeld f/2,8, betekent een groot diafragma dat ver open staat. De scherptediepte is dan klein en voor- en achtergrond vervagen. Een hoge f-waarde, bijvoorbeeld f/16, betekent een klein diafragma. De scherptediepte is dan groot, voor- en achtergrond zijn dan ook duidelijker in beeld maar kunnen dan ook verstorend werken.

De wens om een scherp beeld te krijgen met een vage voor- en achtergrond is dus balanceren tussen twee tegengestelde belangen: diafragma verkleinen voor een grotere scherptediepte gaat ten koste van je vage achtergrond, je diafragma open zetten gaat mogelijk ten koste van de scherpte op je onderwerp.

Een open diafragma (dus een klein F-getal) levert een kleine scherptediepte op met een wazige achtergrond. Fotograaf: Ron Poot

 

Een gesloten diafragma (dus een groot F-getal) geeft meer scherptediepte in de foto, maar meer detail in de achtergrond. Fotograaf: Ron Poot

Camera

Van betekenis is ook het type camera dat je gebruikt. Niet elk toestel is even geschikt voor een fluwelen achtergrond. Compact camera’s, bridgecamera’s en smartphones staan bekend om hun grote scherptediepte: zowel voor- als achtergrond scherp in beeld. Dat heeft te maken met de compacte bouw van de camera, waarbij een kleine sensor gebruikt wordt die vlak achter de lens zit. Dit type camera’s zijn ideaal om een dier of plant mooi in hun natuurlijke omgeving te plaatsen. Dit geldt ook voor compact camera’s met een macrofunctie, daarin zie je eveneens veel van de achtergrond in beeld. Heel waardevol, maar voor “vage achtergronden” kun je beter een ander soort fototoestel nemen. Bijvoorbeeld een spiegelreflexcamera of een systeemcamera. Met een grotere sensor zijn deze toestellen beter geschikt voor het creëren van mooie achtergronden. En een voordeel is dat je van objectief kunt wisselen. Dat brengt ons bij het volgende aandachtspunt: het objectief.

Objectieven

Een groothoeklens met een geringe brandpuntsafstand heeft een veel grotere scherptediepte dan een lens met een grote brandpuntsafstand. Dat betekent dus: een groothoek geeft veel details van de achtergrond in beeld. Bij een telelens is het stukje waarin je onderwerp scherp is een stuk kleiner. Je onderwerp helemaal goed scherp krijgen is daardoor lastiger, maar het goede nieuws is dat je wel een veel egalere achtergrond krijgt. Met andere woorden: hoe meer millimeters, hoe vager je voor- en achtergrond.

Door gebruik te maken van een telelens is de boomklever mooi scherp, maar de koolmees in de achtergrond is geheel onscherp. Fotograaf: Ron Poot

Een macrolens is speciaal ontworpen voor dichtbij fotografie. Hoe dichterbij je fotografeert, hoe kleiner de scherptediepte wordt. Maar ook: hoe vager voor- en achtergrond worden. Juist macrolenzen zijn erg populair bij liefhebbers van sfeervolle beelden waarin weinig scherp en veel vervaging zit. Bij een macrolens zit de uitdaging er wel in om bij open diafragma toch de gewenste scherpte te krijgen. Zorg ervoor dat je kijkrichting loodrecht staat op het vlak waarin je de scherpte wilt hebben.

De kwaliteit van de objectieven is hierbij wel van belang. Een goed objectief geeft een mooie onscherpte, ook wel “bokeh” genoemd. Bij mindere kwaliteit lenzen zie dat ook terug in het bokeh, doordat de achtergrond niet smeuïg en egaal is maar er wat vlekkerig of streperig uitziet. Iets om op te letten bij de aankoop.

Compositie

Bij het maken van mooie voor- en achtergronden is apparatuur niet alles bepalend. Hoe jij als fotograaf te werk gaat is minstens zo belangrijk. Als fotograaf heb je bij het maken van je opnames allerlei keuzen te maken die het uiteindelijke beeld meebepalen. De compositie van het beeld is de handtekening van de fotograaf. Bij het bepalen van je compositie dien je rekening houden met voor- en achtergrond. Hierna volgen enkele tips en trucs.

Ruimte achter het beeld

Naarmate de afstand tussen je onderwerp dat je scherp wilt hebben en de achtergrond groter is, krijg je een vagere achtergrond. Probeer dus een achtergrond op aftand de creëren. Als de achtergrond ver weg is, heb je bovendien wat meer mogelijkheden voor diafragmering zonder dat de achtergrond druk wordt en krijg je wat meer scherptediepte ten gunste van het beestje of plantje in focus.

Doordat de achtergrond ver weg is komt deze niet scherp in beeld. Fotograaf: Ron Poot
Laag standpunt

Door een laag standpunt te kiezen krijg je vaak meer afstand tussen onderwerp en achtergrond. Bijvoorbeeld doordat er meer lucht in beeld is en de omgevingselementen dichtbij buiten beeld raken.

Voorgrond gebruiken

We hebben het vaak over de achtergrond, maar de voorgrond speelt ook mee. Je kunt die ook goed gebruiken voor een vervagend beeld, bijvoorbeeld doordat je door de vegetatie heen fotografeert. Als je door het gebladerte vlak bij je camera heen fotografeert terwijl het onderwerp een stuk verder weg is, zullen die blaadjes in vage vlekken veranderen. Herfstblaadjes zijn dan heel geschikt om wat kleur in je beeld te krijgen.

Wanneer je door een (herfst)blad heen fotografeert verberg je de achtergrond en ligt de focus geheel op het onderwerp. Fotograaf: Ron Poot
Lichtvlekken

Kleine lichtpuntjes in voor- of achtergrond kunnen bij geringe scherptediepte mooie vage lichteffecten teweegbrengen. Je ziet ze als ronde lichte vlekken terug in je bokeh. Bekende voorbeelden zijn dauwdruppeltjes of gaatjes in het bladerdek die bij een open diafragma veranderen in vage lichtbollen. Hoe groter het diafragma, hoe zachter het beeld.

Lichte vlekken kun je goed inpassen in je achtergrond, het verdient aanbeveling net zo lang met de camera heen en weer te bewegen tot je ze een sterke positie in je compositie hebt gekregen. Dat is dat zoeken en uitproberen en ook: denken vanuit de achtergrond.

Door je onderwerp voor een lichte vlek in de achtergrond te plaatsen zet je je onderwerp als het ware in het spotlicht. Fotograaf: Ron Poot
Contrasten

Een achtergrond die veel donkerder of veel lichter is dan je onderwerp kan ook goed bijdragen aan het isoleren van je onderwerp. Houd er dan wel rekening mee, dat je dan wel 1 of 2 stops moet onder- of overbelichten om je hoofdonderwerp goed belicht te krijgen.

Als je bijvoorbeeld een bloem in de schaduw van het bos fotografeert met op de achtergrond de zonnige bosrand, dan moet je overbelichten om de kleuren van de bloem goed te krijgen. Het effect in de achtergrond is dat deze juist extra licht wordt. Dat is gunstig, omdat daardoor details meer vervagen en kleuren meer pastelachtig worden.

Omgekeerd moet je tegen een donkere achtergrond onderbelichten om geen uitgebeten plekken in je hoofdonderwerp te krijgen. Je donkere achtergrond wordt nog iets donkerder en dat helpt mee om het beeld egaler en rustiger te krijgen.

Focus stacking

Het digitale tijdperk maakt het mogelijk met slimme bewerkingsprogramma’s meerdere foto’s samen te voegen tot één nieuw beeld. In het licht van dit thema is focus stacking interessant. Het principe is dat je een reeks foto’s maakt waarbij je bij elke volgende foto de focus net iets verlegd. Daarbij kun je het diafragmagetal laag houden voor de vage achtergrond. Als je de foto’s samenvoegt (“stackt”) combineer je de scherpe delen van de afzonderlijke foto’s en krijg je een nieuw beeld met een grote scherptediepte en toch een vage achtergrond.

Door gebruik te maken van focus stacking krijg je een grotere scherptediepte, maar blijft de voor- en achtergrond toch mooi onscherp. Fotograaf: Ron Poot

Hulpmiddelen

Met wat hulpmiddeltjes in het veld kun je ook nog wat manipuleren om je vage voor- en achtergronden te bereiken.

  • Een gekleurd papiertje achter je onderwerp houden geeft een egaal achtergrondbeeld in een zelfgekozen kleur. Nadeel is dat het snel onnatuurlijk en studio-achtig aandoet. Een natuurlijke achtergrond is zelden eenkleurig maar juist rijk aan allerlei tinten.
  • Een flits of ledlampje gebruiken helpt om je onderwerp uit te lichten waardoor de achtergrond donkerder en egaler wordt.
  • Een (herfst)blad met een gaatje voor je objectief houden, waardoor je een vaag kader om je onderwerp krijgt.

Bewerking achteraf

Tenslotte is er nog het huiswerk achteraf: de bewerking op de computer. In beeldbewerking programma’s als Lightroom heb je veel mogelijkheden om je onderwerp beter naar voren te laten komen. Een handig hulpmiddel is het radiaalfilter. Daar kun je je onderwerp mee selecteren en vervolgens meer contrast, kleur of belichting meegeven. Ook kun je met het radiaalfilter omgekeerd selecteren, waardoor je de omgeving van het onderwerp kunt bewerken. Je kunt je achtergrond egaler maken door het verlagen van de helderheid, hooglichten of contrast en met lichter/donker aanpassen.

Begin je net met natuurfotografie en wil weten hoe je mooie natuurfoto’s maakt en controle krijgt over de instellingen van je camera? Klik dan hier voor meer informatie over de online cursus beginnen met natuurfotografie.

Deel dit artikel


6
REACTIES
BEKIJK REACTIES en PLAATS UW REACTIE
  1. Door René Beckerschmidt op 11 mei 2021 om 12:29

    Een aanvulling op het genoemde gekleurde papiertje:
    Via Google Afbeeldingen zoeken op bokeh en een kleur en/of kleurcombinatie, die afdrukken op een A4 of A3 en die met wasknijpers op een kartonnetje aan een extra statiefje bevestigen.
    Kan je zelf kiezen voor vlekken of een contrasterende kleur als achtergrond als die er niet direkt is. Dan geef je zo’n gele rups op een groen takje een mooie blauwe achtergrond, etc.
    Ik heb ook een fotograaf meegemaakt die kant en klare achtergronden voor tropische visaquaria op die manier gebruikte. Door de gebruikte scherptediepte vervaagd en vervloeid alles.
    Soort van Photoshoppen vooraf, net als het schaartje bij grassprietjes die in de weg zitten of een fotohut met vaste voertijden, plantenspuiten met water en nog meer.

    1. Bedankt René voor je aanvullingen! Groet, Ron

  2. Door willeke Nellestein op 8 mei 2021 om 12:30

    Weer een geweldig artikel!
    Ik zou willen dat ik dit jaren geleden had gelezen.
    Met vallen en opstaan en veel oefenen ben ik er uiteindelijk zelf achter gekomen.
    Leuk om zo gedetailleerd de in en outs zo super goed en helder beschreven nog eens te lezen.
    Dankjewel!

    1. Graag gedaan en dank voor de waardering! Groet, Ron

  3. Door Renata Bak op 8 mei 2021 om 07:50

    Ik ben het niet eens met de opmerking:
    Compact camera’s, bridgecamera’s en smartphones staan bekend om hun grote scherptediepte: zowel voor- als achtergrond scherp in beeld.

    Bridgecamera’s kunnen wel degelijk zorgen voor mooie onscherpte in je foto’s.
    Ik heb zelf de Sony RX10 IV.
    Deze camera doet echt niet onder in vergelijking met een systeem of spiegelreflex camera.
    Een compacte bouw hebben ze enigszins. De sony kan je vergelijken met een spiegelreflexcamera.

    Je kunt een bridgecamera absoluut niet in het rijtje van de
    Compact of smartphones zetten, daar doe je de camera echt mee tekort.

    Ik zou zeggen;
    Probeer de Sony RX10 uit dan kunt u ze voortaan in het rijtje tussen de spiegelreflex en de systeemcamera zetten.

    1. De Sony RX10 IV…. punt gemaakt, je kunt niet alle bridgecamera’s op een hoop gooien. Ik ben wel benieuwd naar de vage achtergronden die je met deze topper maakt. Groet, Ron

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *