HOME < PRAKTIJK < TUTORIALS
tutorials

Tutorial nachtfotografie deel 3: sterrensporen of star trails

Nachtfotografie wordt steeds populairder. Met de steeds betere camera’s wordt de nachtelijke hemel ontdekt en gaan natuurfotografen naar buiten om het nachtelijke licht te vangen. Foto’s van sterrenhemels, Melkweg, de maan en sterrensporen prijken op steeds meer tijdlijnen. Maar hoe doe je dat nou in de nacht? Waar moet je zijn? Hoe kun je een goed donkere plek bepalen en waar moet je op letten als je ‘s nachts op pad gaat. Wat moet je allemaal meenemen en hoe moet je je camera instellen?

In dit laatste deel van deze driedelige serie rond nachtfotografie beschreef ik eerder over de de voorbereiding en materiaal en in deel 2 over de instellingen van de camera. In dit (voorlopig) laatste deel beschrijf ik een ‘special’, namelijk de sterrensporen.

Tutorial nachtfotografie deel 3: sterrensporen of star trails
Sterren op de donkerste plek van Nederland, totale belichting ca. 2,5 uur. Fotograaf: Johan van der Wielen

Draaiing van de aarde

De aarde draait  constant door terwijl de sterren stil blijven staan. Is je sluitertijd kort genoeg dan zie je dat niet en zijn sterren stipjes in beeld. In deel 2 heb ik uitvoerig verteld over de ‘400 regel’ en de ‘NPF regel’, de theoretisch maximale sluitertijd die je mag gebruiken om geen draaiingseffect te zien. Bij dat draaiingseffect worden sterren langzaam streepjes. Toch is het soms juist leuk om dat wel te laten zien. Dan strekken de sterren, bij hele lange sluitertijden, strepen langs de hemel. Hoe langer de sluitertijd, hoe langer die strepen. Deze strepen worden sterrensporen of ‘star trails‘ genoemd.

Combinatie van sterrensporen en noorderlicht op Schiermonnikoog. Totale belichting ca. 2 uur. Fotograaf: Johan van de Wielen

Poolster: middelpunt van de cirkel

De aarde draait om zijn as. Als je die as denkbeeldig doortrekt in de ruimte krijg je een ‘punt’ waaromheen de sterren lijken te draaien. In het Noordelijk halfrond hebben wij het geluk dat precies in dat draaipunt een ster staat, de Poolster. Bij lange sluitertijden lijken de sterren om deze Poolster te draaien. In het Zuidelijk halfrond heb je dit geluk niet en zit er in het draaipunt niet een mooie ster waaromheen de andere sterren lijken te draaien. Het draaipunt is daar een donker gat.

Sterrensporen bij volle maan op Terschelling. De Poolster is het middelpunt van de cirkels. Totale belichting ca. 1,5 uur op 11mm fullframe. Fotograaf: Johan van der Wielen

Waar staat de Poolster?

De ronde sporen die de sterren gaan trekken zijn wezenlijk onderdeel van de compositie en dus is het handig om te weten waar de Poolster is. Die kun je op vrij eenvoudige wijze vinden. Natuurlijk zijn er genoeg apps die je de positie laten zien maar stoerder (en sneller) is het als je hem zelf kan vinden. De Poolster zelf is niet een heel heldere ster en daarmee niet heel snel te vinden. Wat de meeste mensen echter goed kunnen vinden is het sterrenbeeld de Grote Beer of het Steelpannetje. Ook deze draait om de Poolster. Als je lijn tussen de buitenste twee sterren van het pannetje 5x doortrekt kom je op precies op de Poolster terecht, zie foto.

Hoe vind je de Poolster in de nachtelijke hemel? Zoek de Grote Beer en trek de lijn tussen de buitenste sterren 5x door.

Keuze compositie

Wanneer je eenmaal weet waar Poolster staat kun je precies je compositie uitdenken. Wil je het middelpunt van de cirkel in beeld en zo ja waar moet die in beeld? Je kunt ook kiezen hem buiten beeld te houden en bijvoorbeeld naar het zuiden te fotograferen. Dan zul je zien dat een deel van de sterren rond het noordelijke en een ander deel zuidelijke draaipunt draaien, in het midden zijn de sporen volledig recht.

Beide draaipunten buiten beeld geeft een heel apart sterrensporen effect. Totale belichting ca. 3,45 uur op 15mm fullframe. Fotograaf: Johan van der Wielen

Wat voor lenzen moet je gebruiken?

In principe zijn alle lenzen geschikt! Hoe langer de brandpuntsafstand hoe sneller je de sterren sporen ziet. Denk maar aan de 400 regel, hoe groter de brandpuntsafstand is, hoe langere weg de sterren in dezelfde tijd door het beeld trekken. Met een langere brandpuntsafstand zal de totale belichting dan ook minder lang hoeven zijn voor al behoorlijke sterrensporen. Hoe verder je uitzoomt, denk aan 16mm of minder, hoe langer je zal moeten belichten voor redelijke sterrensporen. Omdat je vaak landschappelijk werkt, zul je meestal met een groothoeklens werken.

Groothoek: ovaal / Fisheye: ronde sporen

Een speciale lens voor sterrensporen is de fisheye lens met een beeldhoek van 180 graden. Door die enorme beeldhoek trekt alles aan de zijkanten krom. In de landschapsfotografie zul je een dergelijke lens niet veel gebruiken maar bij sterrensporen kan het juist wel handig zijn. Door de vervorming van een groothoeklens worden de sterrensporen ovaal, zeker als je Poolster niet centraal in beeld zet. Dat is op zicht vreemd want de draaiing van de aarde is in essentie natuurlijk rond. Met een fisheye lens heb je dat probleem veel minder; de sporen zijn nu mooi rond. Wel moet je wat puzzelen met de compositie want kromme bomen of een holle horizon is niet echt fraai. Soms kan het dus goed werken maar vaak niet.

Een groothoeklens (16mm) zorgt voor ovale sporen wanneer de Poolster niet in het midden zit. Totale belichting >2,5 uur. Fotograaf: Johan van der Wielen
Sterrensporen met fisheyelens, mooie ronde sporen met 10mm fisheye, totale belichting ca. 2,5 uur. Fotograaf: Johan van der Wielen

Hoe lang moet de sluitertijd zijn?

In principe ga je al snel sterrensporen zien. Wanneer de sluitertijd langzamer wordt dan berekend met de ‘400 regel’ of ‘NPF regel’ dan worden sterren al kleine streepjes. Echter, kleine streepjes lijken eerder onscherp dan sterrensporen. Een stuk langer belichten zorgt voor mooie sporen maar hoe lang is dan lang? Dat is een lastige vraag. De ene fotograaf zit tussen de 45 minuten en 1,5 uur totale belichting terwijl anderen (waaronder ik) liefst veel langer dan een uur laten belichten. Een kwestie van smaak dus. Daarom hieronder een paar voorbeelden met verschillende belichtingstijden… het is aan jou, de fotograaf, om te bepalen wat je mooi vindt.

Sterrensporen op Ameland met belichtingen van resp. 25 min, 45 min., 60 min., 1,5 uur, 2 uur en 2,5 uur. Fotograaf: Johan van der Wielen

Hoe moet ik zulke lange sluitertijden krijgen?

Eigenlijk zijn er twee methoden: 1) één foto met een hele lange sluitertijd en 2) een serie beelden met ca. 30″ sluitertijd combineren. Beide methoden hebben voordelen en nadelen. Laten we dus maar eens beide bekijken:

Methode 1) Eén foto met hele lange sluitertijd

Om de sterrensporen in één foto te krijgen zal de sluiter heel lang open moeten blijven staan. Langer dan 30″ is (vaak) niet instelbaar (sommige camera’s inmiddels wel) maar gelukkig is er de bulb stand. Daarmee gaat de sluitertijd open als je op de ontspanknop drukt en weer dicht als je de ontspanknop loslaat. Niemand wordt gelukkig van 1 uur lang op de ontspanknop drukken (nog buiten het feit dat je dan de camera ook niet stil kan houden) maar gelukkig doet de draadontspanner wonderen. Die heeft een ‘lock’ knop waarmee je de ontspanknop als het ware vast kan zetten. Dan is het vastzetten en na een uur (of andere belichting) weer loslaten. Hoe doe je dit praktisch? Want het is best zuur als je na een uur het resultaat gaat bekijken om erachter te komen dat de foto te donker of te licht is. Dan moet je opnieuw beginnen. Dus:

  1. Begin met probeerfoto’s met hele hoge ISO en laag diafragma en bepaal nu de sluitertijd voor een goede belichting (histogram!)
  2. Je hebt een sluitertijd gevonden én je hebt een gewenste (lange) sluitertijd -> bereken hoeveel ‘stops’ verschil dit is (factoren 2)… er komt zo een voorbeeld.
  3. Dat verschil in stops zal je moeten verwerken in ISO (aantal stops omlaag).
  4. … en diafragma (aantal stops omhoog)
  5. Op die manier ontstaat een nieuwe combinatie van sluitertijd / diafragma / ISO met dezelfde netto hoeveelheid licht máár met een veel langere sluitertijd.
  6. Instellingen in stand Manual inzetten en draadontspanner met bulb.

Voorbeeld:

  1. Voorbeeld: bij ISO 12.800 en f/8 vind je 15″ sluitertijd voor mooie belichting.
  2. Je wil bijvoorbeeld naar 30 minuten sluitertijd toe, dat is: 15″ -> 30″ -> 1 min. -> 2 min. -> 4 min. -> 8 min. -> 15 min. -> 30 min. = 7 factoren 2 ofwel 7 stops.
  3. ISO van 12.800 terug naar 800 is: 12.800 -> 6400 -> 3200 -> 1600 -> 800 = 4 factoren 2 ofwel 4 stops.
  4. Diafragma van f/8 terug naar f/2.8 is: f/8 -> f/5.6 -> f/4 -> f/2.8 = 3 factoren 2 ofwel 3 stops.
  5. Er is nu een nieuwe combinatie ontstaan (ISO 800, f/2.8 en 30 minuten) die netto dezelfde hoeveelheid licht binnenlaat maar nu in een half uur in plaats van 15 seconden.
  6. In de bulbstand (of timer als de camera dat heeft) ISO 800 en f/2.8 selecteren en de draadontspanner na een half uur weer losklikken.

Voordelen van één foto met hele lange sluitertijd

  • Je komt met één foto thuis, standaard nabewerking.
  • Je mag meedingen in de prijzen bij wedstrijden.
  • Eenvoudige methode.

Nadelen van één foto met hele lange sluitertijd

  • Lange sluitertijd tijd betekent de de sensor lang onder stroom staat –> heel veel extra ruis! Echt op het lelijke af…
  • Als de accu’s tussendoor dood gaan heb je niets meer en is de foto mislukt.
  • Als er ineens een wolk in beeld komt verandert de lichtomstandigheid: de foto is mislukt.
  • Je moet met relatief lage ISO werken waardoor de kleinste sterren niet zichtbaar worden, zie deel 2 in deze tutorialreeks.
Sterrensporen Ameland, één foto van totaal 30 minuten (12mm f/16, ISO 800). Fotograaf: Johan van der Wielen
100% uitsnedes uit het voorgaande beeld… ruis ten gevolge van lange sluitertijd. Fotograaf: Johan van der Wielen

Methode 2) Lange serie met losse beelden

Zo gauw de sluitertijd langer wordt dan volgens de ‘400 regel’ of ‘NPF regel’ is berekend vormen sterren streepjes, hoe klein ook. Wanneer je meerdere foto’s, met op iedere foto een stukje sterrenspoor, over elkaar heen legt, ontstaat per ster een lang spoor. Op die manier kun je een hele lange belichting simuleren met een reeks losse beelden. Hoe doe je dat praktisch?

  1. Stel de belichting in Manual in zoals je ook voor een losse foto zou doen alleen hou je niet aan de 400 regel maar pak een sluitertijd van 20″ á 30″ en pas daar, middels histogram, je ISO en diafragma op aan. ISO kan dus lekker hoog blijven voor alle sterren.
  2. Zet de camera op continu shooting, dat wil zeggen dat hij foto’s blijft maken zo lang de ontspanknop ingedrukt blijft.
  3. Gebruik een draadontspanner en zet deze vast.
  4. Na iedere foto zal de camera automatisch verdergaan met een volgende foto.
  5. De camera blijft door fotograferen tot de kaart vol is, de accu leeg of jij hem afbreekt.
  6. De totale belichting is nu zo lang als dat de camera aan het werk is geweest.

Je komt nu thuis met een lange reeks foto’s waarbij op iedere foto een klein stukje spoor per ster te zien is. Deze beelden zullen moeten worden samengevoegd in de nabewerking. Dat kun je doen met dedicated software pakken als StarStax of Startrails maar je kan het ook handmatig doen met Lightroom en Photoshop. Ik zal laten zien hoe de combinatie van deze twee werkt:

Post processing sterrensporen

  1. Laad alle foto’s in Lightroom.
  2. Doe basisbewerkingen aan de eerste foto máár zorg ervoor dat je de volgende zaken NIET gebruikt: lens correctie en crop (uitsnede). Ik zal later laten zien waarom niet.
  3. Synchroniseer deze bewerking met alle andere beelden.
  4. Als je in de foto’s vliegtuig- of satellietstrepen hebt kun je deze via de clone / heal tool eruit halen. Grappige is dat je daar later nauwelijks iets van ziet.
  5. Afhankelijk van je computer kun je nu een selectie van 20 tot misschien wel 100 beelden selecteren en –> edit in –> photoshop as layers.
  6. De foto’s worden nu in Photoshop geopend als lagen bovenop elkaar.
  7. Ik trek nu altijd de eerste foto helemaal naar onderen, tot hij de onderste laag is.
  8. De overige lagen selecteer ik en zet de laagmodus op lighten (lichter). Wat er nu gebeurt is dat Photoshop van iedere laag alleen maar laat zien wat lichter is dan de laag(lagen) eronder: het extra stukje sterrenspoor.
  9. Merge (samenvoegen) de lagen nu en sla het resultaat op als een PSD file.
  10. Het mooie is dat je PSD file nu in Lightroom tussen de foto’s komt te staan en precies als eerstvolgende na de selectie die je net had gebruikt.
  11. Je selecteert in Lightroom deze PSD file weer samen met de volgende 20 tot 100 beelden en gaat weer terug naar stap 5.
  12. Zo verder tot je alle foto’s hebt gehad.
  13. Het eindresultaat (de laatste PSD) kun je nu eind bewerken met ook lens correctie en uitsnedes (crop).
  14. Eventueel kun je nog een losse foto voor de voorgrond via Photoshop met je eindresultaat samenvoegen.
Dit is het lot van deze methode… een scherm vol met nagenoeg hetzelfde beeld en een berg nabewerking. Fotograaf: Johan van der Wielen
Hier is het allemaal om te doen… één foto met eindresultaat van sterrensporen en een vleugje noorderlicht. Fotograaf: Johan van der Wielen

Waarom geen lenscorrectie of uitsnedes?

In Photoshop ga je alle foto’s over elkaar leggen, dan moeten alle foto’s ook exact gelijk zijn. Bij automatische lenscorrectie, en dan gaat het vooral om de correctie van de vervorming (distortion), verandert Lightroom de verhouding in de foto. Op zich doet hij dat prima máár… hij doet dat nooit voor de volle 100% gelijk voor iedere foto. Dat betekent dat er dan in Photoshop foto’s over elkaar heen gelegd worden waarbij de overeenkomstige pixels niet exact op dezelfde plek liggen. Hetzelfde geldt voor uitsnedes maken, ook dan loop je het risico dat niet iedere foto exact gelijk is op pixel niveau. Wanneer pixels net één verschoven zijn kun je, bij het samenvoegen van de lagen, ineens een ‘patroon’ zien, lijnen die door het beeld lopen. Lastig? Ik geef een voorbeeld. Onderstaande foto is gemaakt volgens bovenstaand recept maar nu heb ik de lenscorrectie voor alle foto’s in Lightroom aangezet voor ik ze exporteer naar Photoshop.

Ongewenst patroon (zie in het water) door de lenscorrectie. Fotograaf: Johan van der Wielen

De oplossing is dus simpel: zet in Lightroom de lenscorrectie uit en exporteer dan alles naar Photoshop. Pas helemaal op het eind, als alle foto’s zijn samengevoegd, kun je op het eindresultaat alsnog de lenscorrectie toepassing.

Voordelen van sterrensporen met reeks foto’s

  • Per foto maar maximaal 20″ tot 30″ sluitertijd, dus relatief veel minder ruis.
  • Je kunt de reeks zo lang maken als je zelf zin hebt (lees: volhoudt).
  • Als tussendoor iets misgaat (accu dood, kaartje vol, lichtomstandigheid verandert, er komt bewolking opzetten, etc.) dan kun je altijd nog een deel van de reeks gebruiken. De sporen zijn dan misschien niet zo lang als je wilt maar je kunt nog steeds een foto maken.
  • Per foto kun je weer met een hoge ISO werken voor ook de kleinste sterren.
  • Heb je een bewegende voorgrond – denk aan bomen of kabbelend water – dan kun je altijd de voorgrond van één van de beelden gebruiken i.p.v. alles over elkaar. Hetzelfde als het water halverwege je reeds begint te kabbelen, dan kun je ook besluiten voor de voorgrond een kortere reeks te pakken dan voor de lucht.
  • Je kunt dezelfde reeks ook gebruiken om een Time Lapse film te maken.

Nadelen van sterrensporen met reeks foto’s

  • Je komt met héél veel foto’s thuis, veel schijfruimte.
  • Veel nabewerkingstijd nodig voor slechts één foto.
  • Je mag er niet mee meedoen met fotowedstrijden 🙂
De lichtwachterswoning op Schokland, totale belichting ca. 2 uur. Fotograaf: Johan van der Wielen

Deel dit artikel


4
REACTIES
BEKIJK REACTIES en PLAATS UW REACTIE
  1. Ok waarom mag je met de tweede methode niet meedoen met een fotowedstrijd?

    1. Omdat bij de meeste wedstrijden geen meervoudige opname is toegestaan, en áls het al is toegestaan dan meestal alleen als het in-camera gemaakt is. Maar alles natuurlijk afhankelijk van de regels van de betreffende wedstrijd.

  2. Door Egon Kraak op 9 december 2019 om 21:49

    Wat een uitstekend beknopt drieluik over iets waar ik totaal geen sjoege van heb!
    Heb de pagina’s zelfs opgehaald voor het offline archief. Met dank en zo zie je maar weer 🙂

    1. graag gedaan en veel succes!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *