Menu

Onderdeel van Pixfactory

Zijn primes beter dan zoomlenzen?

Zijn objectieven met vast brandpunt – 'primes', in het Engels – beter dan zoomlenzen? Je hoort het soms met veel stelligheid verkondigen op fotografieforums. Maar klopt het ook?
Primes of zoomlenzen?
Wat is beter, primes of zoomlenzen? Fotograaf: Thom Holmes

Zoals wel vaker bij zaken die met veel stelligheid verkondigd worden, schuilt er een kern van waarheid in. Het was lang zo dat zoomobjectieven kwalitatief minder goed waren dan vastbrandpuntobjectieven. De eerste zoomobjectieven werden bijna honderd jaar geleden ontwikkeld voor de filmindustrie. Daar woog de wat mindere optische kwaliteit minder door: bij een bewegend beeld is het niet zo cruciaal dat het beeld haarscherp is. De veelzijdigheid van een variabele brandpuntsafstand was belangrijker.

Ook de eerste generaties zoomobjectieven voor fotocamera’s mikten eerder op gebruiksgemak – je hoeft geen objectief te wisselen om de brandpuntsafstand te wijzigen – dan op topkwaliteit. In 1981 schreef de Focus Elsevier Foto- en Filmencyclopedie dat zoomobjectieven een ‘geringere afbeeldingskwaliteit door hun lagere contrastoverdracht en lager scheidend vermogen’ hebben. Tegelijk stelden de auteurs vast dat ‘de voordelen van het bedieningsgemak zo zwaar [wegen], dat steeds meer amateur- en vakfotografen de nadelen op de koop toe nemen.”

Zoomlenzen zijn beter geworden

Zoals bij wel meer zaken die met veel stelligheid verkondigd worden, klopt dat verhaal vandaag niet meer helemaal. De voorbije decennia zijn er indrukwekkende innovaties geweest in het ontwerp en de productie van objectieven: betere glassoorten, betere coatings die de lichttransmissie en het contrast verhogen, en krachtige computers die toelaten om de eigenschappen van objectieven perfect uit te rekenen en fouten te corrigeren nog voor het objectief in productie gaat.

Daardoor zijn er vandaag zoomobjectieven te vinden die de vergelijking met primes kunnen doorstaan. Een dure professionele zoom kan zelfs beter zijn dan een goedkope prime. Omgekeerd zal een duur professioneel vast brandpuntobjectief nog steeds beter zijn dan een goedkoop zoomobjectief. De optische kwaliteit van een objectief heeft met andere woorden niets meer te maken met de vraag of het al dan niet kan zoomen, maar met het ontwerp en daarbij horende prijskaartje.

Er zijn veel verschillende zoomlenzen. van heel erg slecht tot uitmuntend goed.
Er zijn veel verschillende zoomlenzen, van heel erg slecht tot uitmuntend goed. Fotograaf: Tamron

Lichtsterkte

Een blijvend verschil tussen zoomlenzen en primes is dat objectieven met vaste brandpuntsafstand een groter maximaal diafragma kunnen hebben. Bij betaalbare primes is diafragma F1.8 ingeburgerd, en bij duurdere primes ga je naar F1.4, F1.2 of zelfs F0.95.

Een consumentenzoom begint meestal rond F3.5 in groothoekstand en gaat dan naar F5.6 of F6.3 naarmate je inzoomt. De afstand tussen F1.4 en F5.6 is vier stops, wat voor je sluitertijd en gevoeligheid een groot verschil maakt. Professionele zoomobjectieven laten meer licht door: ze hebben over het algemeen een vast diafragma van F2.8. Sommige recente ontwerpen gaan nog verder, zoals de Canon RF 28-70mm F2, de SIGMA 18-35mm F1.8 DC HSM | Art en de SIGMA 50-100mm F1.8 DC HSM | Art lens (beide laatsten voor APS-C). Daarbij is het verschil met een prime wel heel klein.

Wat is beter?

Naast beeldkwaliteit en lichtsterkte is er nog een derde aspect waarin zoomlenzen en primes verschillen: in gebruik. Welke daarvoor ‘beter’ is, hangt vooral van je manier van fotograferen af en waarvoor je het objectief wil gebruiken. Als je flexibiliteit en veelzijdigheid wilt – één objectief dat in veel situaties voldoende is – ga dan voor een zoomlens.

Omdat je een vaste beeldhoek hebt vraagt een prime om een andere manier van fotograferen. Je wordt gedwongen een ‘footzoom’ te gebruiken. Sommige fotografen worden daardoor uitgedaagd, anderen vinden het een beperking.

Samenvattend: op het vlak van kwaliteit is het niet meer zo dat een prime automatisch beter is dan een zoom. Het gebruik is wel anders, maar daarbij kun je niet over ‘beter’ spreken.

9 reacties

  1. Mee eens, technisch dan. Evenwel worden zoomlenzen te vaak gebruikt om de compositie snel af te kunnen raffelen, bijvoorbeeld het subject framen en dan maar inzoomen om dan wat ongewenste randjes weg te werken uit het frame. Dat gaat ten koste van het perspectief waardoor naarmate er meer wordt ingezoomd het plaatje als het ware wat platter wordt. Ikzelf gebruik uitsluitend prime lenzen, voor de (bos)landschapjes en zo, en deins er nimmer voor terug om heen en weer te moeten zwalken ten behoeve van de compositie. Ik draag dus 3 (analoge) prime lenzen in de tas i.p.v. 1 (digitale) zoomlens. Ook al is het tevens om de beleving met de omgeving.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Geef een reactie

9 reacties

  1. Mee eens, technisch dan. Evenwel worden zoomlenzen te vaak gebruikt om de compositie snel af te kunnen raffelen, bijvoorbeeld het subject framen en dan maar inzoomen om dan wat ongewenste randjes weg te werken uit het frame. Dat gaat ten koste van het perspectief waardoor naarmate er meer wordt ingezoomd het plaatje als het ware wat platter wordt. Ikzelf gebruik uitsluitend prime lenzen, voor de (bos)landschapjes en zo, en deins er nimmer voor terug om heen en weer te moeten zwalken ten behoeve van de compositie. Ik draag dus 3 (analoge) prime lenzen in de tas i.p.v. 1 (digitale) zoomlens. Ook al is het tevens om de beleving met de omgeving.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze artikelen vind je vast ook interessant: