Menu

Onderdeel van Pixfactory

Perspectivische verkleining: wat is het en hoe kun je het gebruiken?

"Groothoek verkleint" en "tele drukte lagen in elkaar". Opmerkingen die je vast wel eens gehoord hebt als het gaat om brandpuntafstand. Oh ja, "50mm is ons menselijk oog". Maar waar gaat dit om? Hoe komt het dat iedere brandpuntsafstand zich op een bepaalde manier gedraagt? Dit alles heeft te maken met perspectivische verkleining, het effect dat objecten kleiner lijken als ze verder weg staan. Hoewel dit een gegeven is waar we niets aan kunnen doen is het wel belangrijk om dit effect goed te begrijpen zodat we er zelfs actief gebruik van kunnen maken. Ik zal het je uitleggen...
Wat een enorme weidsheid en diepte... enorm helmgras en miniwolkjes: het verkleinende effect van groothoek. Fotograaf: Johan van der Wielen

Diepte door parallax

Wij kunnen als mensen diepte zien. Dat betekent dat we kunnen zien of een object dichtbij of ver weg staat. Daarvoor hebben we eigenlijk meerdere methoden. Ten eerste hebben we twee ogen waardoor we hetzelfde object vanuit twee verschillende hoeken bekijken. Daarnaast kennen we het fenomeen dat, wanneer we bewegen met ons hoofd, objecten ten opzicht van elkaar bewegen. Dat wordt het parallax effect genoemd. Hoe verder een object zich bevindt, hoe langzamer het beweegt met de beweging van ons hoofd. Zelfs objecten die heel erg in de verte staan en waarbij we eigenlijk niet kunnen vaststellen welke dichterbij staat dan de ander, kunnen we met deze methode alsnog in afstand interpreteren.

De beide vuurtorens van Schiermonnikoog vanaf de boot: door de grote afstand is niet te zien welke vuurtoren dichterbij staat. Gemaakt op 500mm. Fotograaf: Johan van der Wielen
Door het parallax effect bewegen beide torens ten opzichte van elkaar wanneer de boot verder vaart. Dan zie je ineens dat de rode vuurtoren achter de witte verdwijnt en dus verder naar achteren staat. Fotograaf: Johan van der Wielen

Diepte door perspectief

Er is echter nog een tweede methode voor ons oog om diepte te zien, namelijk dat objecten die in de verte staan kleiner lijken. Hoe kleiner het object, hoe groter de afstand. Dat wordt perspectief genoemd. Waar we echter vaak niet bij stil staan is dat dit perspectivische verkleiningseffect afhankelijk is van de brandpuntsafstand van ons menselijk oog. Ons oog heeft een brandpuntsafstand van 50mm. Daarbij hoort een bepaalde verhouding tussen vergroting van de afstand tot een object en de mate waarin het dan kleiner wordt. Daar zijn we helemaal aan gewend en kunnen we dan ook interpreteren.

Denk aan een rij met mensen, omdat we een gevoel hebben bij de grootte van een persoon zullen we ook een gevoel hebben bij de afstand tot die persoon als we hem/haar met een bepaalde grootte zien. We denken dan niet, ‘hé wat een klein persoon’ maar ‘hé, wat staat hij/zij ver weg’.

Hoewel het helmgras en de duinen overal even groot zijn, lijken ze in het beeld kleiner naarmate ze verder weg liggen. Dat wordt perspectief genoemd. Fotograaf: Johan van der Wielen

Menselijk oog: 50mm

Zo lang we met een 50mm lens op een Full Frame camera, of vergelijkbare effectieve brandpuntsafstand bij crop camera’s fotograferen, past het perspectivische verkleiningseffect bij het beeld wat wij met ons oog zien. Omdat wij in een foto altijd de diepte interpreteren, zullen wij een goed gevoel hebben bij de diepte in deze foto’s.

Een fietser fiets over de Waddenwijk van Ameland. Gemaakt met 50mm, de diepte die je ziet komt overeen met de werkelijkheid. Fotograaf: Johan van der Wielen

Perspectivische verkleining afhankelijk van de brandpuntsafstand

Nou komt er een belangrijk gegeven voor ons fotografen. De mate van perspectivische verkleining is namelijk afhankelijk van de gebruikte brandpuntsafstand. Hoe verder je uitzoomt (kleinere brandpuntsafstand), hoe heftiger het verkleiningseffect. Dat betekent dat een object kleiner wordt op de foto dan jij met je eigen oog ziet, gezien vanaf dezelfde afstand. Omdat wij iedere foto echter interpreteren met ons oog en dus uitgaande van het verkleiningseffect van de 50mm, lijkt bij een groothoeklens het object ineens véél verderweg te staan. Je snapt nu waar de opmerking “groothoek verkleint” vandaan komt. Een object wat jij met je oog gewoon ziet staan kan bij het maken van een foto met een groothoeklens zó klein worden dat je het nog nauwelijks ziet. De achtergrond wordt veel kleiner en lijkt veel verder weg. Zie het voorbeeld hieronder.

Twee keer dezelfde strandpaal: links op 16mm en rechts op 50mm. In beide foto’s is de paal even groot (ik stond bij de 50mm dus een stuk een verder weg). Zie het verschil tussen de gevoelsmatige afstand tussen paal en duin in beide foto’s. Echter, die afstand is in werkelijkheid natuurlijk niet veranderd! Fotograaf: Johan van der Wielen

Voor een telelens geldt het omgekeerd. Hoe verder je inzoomt ten opzichte van 50mm, hoe kleiner het verkleiningseffect wordt. Iets in de verte wordt dus als het ware steeds groter en lijkt ook dichterbij te komen. Waar een groothoeklens een veel grotere diepte suggereert dan in werkelijkheid, wordt deze diepte bij gebruik van grote brandpuntsafstanden steeds kleiner. De achtergrond wordt veel groter en lijkt ineens heel dichtbij. Zie het voorbeeld hieronder.

Bij het gebruik van een telelens zie je het omgekeerde effect: de duinen zijn ineens veel groter geworden ten opzichte van 50mm en lijken ineens veel dichterbij achter de strandpaal te staan, Fotograaf: Johan van der Wielen

Strandpaal bij verschillende brandpuntsafstanden

Ter voorbeeld heb ik op het strand een strandpaal met op de achtergrond de duinen gefotografeerd met verschillende brandpuntsafstanden. Bij iedere foto dat ik een stukje verder heb ingezoomd ben ik naar achteren gegaan om de strandpaal zelf even groot te houden. Op die manier zie je het effect op de achtergrond nog veel beter:

Dezelfde strandpaal bij verschillende brandpuntsafstanden en verschillende voorwerpsafstanden: de paal is overal even groot. Fotograaf: Johan van der Wielen

Wat je hier goed ziet is dat bij het vergroten van de brandpuntsafstand de achtergrond groter wordt, verder naar voren lijkt te komen en onscherper lijkt. Ook de paal zelf verandert, waar hij op 12mm hoog en dik lijkt, is hij op 500mm nagenoeg plat. Op 12mm staat de hele wereld op de foto, van strand tot wolken (en hele kleine duintjes). Op 500mm zie je dat het alleen nog maar de duinen zijn.

Afbeeldingsmaatstaf en scherptediepte

Wat je ook zie is dat de achtergrond op 500mm veel onscherper lijkt dan op de eerdere foto’s. Dat laatste is overigens niet waar. Als je gaat rekenen zul je zien dat de scherptediepte weliswaar afneemt bij het vergroten van de brandpuntsafstand maar juist weer vergroot bij het vergroten van de voorwerpsafstand (= afstand tot onderwerp). De grootte van het onderwerp wordt de afbeeldingsmaatstaf genoemd en die is voor alle foto’s gelijk. Het scherptediepte verkleinende effect door vergroting van de brandpuntsafstand is, bij gelijkblijvende afbeeldingsmaatstaf, exact gelijk aan het scherptediepte vergrotende effect door vergroting van de voorwerpsafstand.

Met andere woorden, de scherptediepte is in alle foto’s hierboven gelijk. Ja en nee. Officieel wel, echter… Het scherpteverloop, en dan vooral de afname van scherpte, gaat met een telelens veel harder dan met een groothoeklens. Met andere woorden, buiten het scherptedieptegebied neemt de scherpte veel sneller af bij grote brandpuntsafstanden. Dus heb je met een telelens al sneller een onscherpe achtergrond dan met een kleinere brandpuntsafstand. Kijk maar:

Hier heb ik twee vergelijkbare uitsneden gemaakt uit de foto met 50mm en die van 200mm. De uitsnede uit de 50mm foto was 4x zo groot om dezelfde uitsnede te krijgen. Je ziet dat de scherpte bij 200mm toch minder is dan op 50mm. Fotograaf: Johan van der Wielen

Brandpuntsafstand voor verhouding voor- en achtergrond

Zo, nu weten we van de techniek en de achterliggende kennis maar wat nu? Laat ik beginnen te zeggen dat ik heel veel zie dat de brandpuntsafstand vooral wordt gebruikt uit luiigheid. Alles wat ver weg ligt halen we dichterbij met de tele, en als we alles erop willen hebben zoomen we uit. Vroeger, toen er nog geen zoomlenzen waren en zelfs niet eens zo’n enorm bereik in brandpuntsafstanden, moest je dit doen met de ‘benenzoom’, oftewel: naar voren of achteren lopen. Dat lijkt niet allemaal niet meer nodig te zijn tot we beseffen dat de brandpuntsafstand meer is dan een oplossing voor niet meer willen lopen: het zorgt voor een bepaalde verhouding tussen je onderwerp en de achtergrond.

De zon achter de bomen op 50mm, de zon is relatief klein. Fotograaf: Johan van der Wielen
Iets later was de zon prachtig rood. Om hem groter in beeld te krijgen ten opzichte van de bomen ben ik verder naar achteren gegaan en heb ik meer ingezoomd. Fotograaf: Johan van der Wielen

Door uit te zoomen en tegelijk naar voren te lopen verklein je je achtergrond. Een mooie methode om bijvoorbeeld een hele wolkenlucht mee te nemen of juist allerlei storende elementen in de verte kwijt te raken. Stoort de achtergrond achter teveel dan kun je ook naar achteren lopen en juist enorm inzoomen. Op die manier kun je heel precies een achtergrond kiezen en komt de achtergrond helemaal naar voren. Wil je extreme diepte creëren, dan gebruik je een groothoek, wil je juist “de lagen in elkaar drukken”, dan gebruik je een tele. Zo zie je dat je als landschapsfotograaf met een groothoeklens, je helemaal niet bezig bent met de achtergrond, maar met de eerste vijf meter voor je neus. Alles verder weg zie je met groothoek niet meer terug. Is dat zonde, dan moet je iets verder inzoomen en wat naar achteren gaan, dan komt de achtergrond prominenter in beeld.

Het lijkt een enorm weids landschap met extreme diepte maar in werkelijkheid wordt het grootste deel van de foto ingenomen door slechts een paar meter voor mijn neus. Fotograaf: Johan van der Wielen
Op 100mm is de vuurtoren al redelijk groot in beeld. Fotograaf: Johan van der Wielen
Toch nog iets verder naar achteren en ingezoomd tot 200mm vond ik de verhouding tussen orchidee en vuurtoren toch net niets fijner. Fotograaf: Johan van der Wielen
Iets verder naar achteren en ook uitzoomen komen er ineens meer orchideeën in beeld die allen even groot zijn als de vuurtoren. Fotograaf: Johan van der Wielen

Resumé: combineer eens wat vaker de ‘benenzoom’ met de camerazoom om de juiste verhouding tussen voor- en achtergrond te krijgen.

Video tutorial

8 reacties

  1. Ha Johan, wat een leuke uitleg weer! Heel interessant; ik had er totaal niet bij stil gestaan en fotografeer toch al een tijdje. Weer iets heel leuks geleerd. Dank je wel!
    En de reclame? Geen probleem, want het is leuke reclame 😉
    Groet, Titia

  2. Hallo redactie,
    Al geruime tijd stoort het mij enorm dat als ik de nieuwsbrief lees er aan de zijkant telkens reclame van jullie boeken in de verkoop voorbij komt. Dit leidt enorm af en is dus erg storend.

    Ik begrijp dat jullie ook moeten verdienen maar doe dat dan op een andere manier.

    Graag een positieve reactie

    groet,
    Marianne Burgers.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Geef een reactie

8 reacties

  1. Ha Johan, wat een leuke uitleg weer! Heel interessant; ik had er totaal niet bij stil gestaan en fotografeer toch al een tijdje. Weer iets heel leuks geleerd. Dank je wel!
    En de reclame? Geen probleem, want het is leuke reclame 😉
    Groet, Titia

  2. Hallo redactie,
    Al geruime tijd stoort het mij enorm dat als ik de nieuwsbrief lees er aan de zijkant telkens reclame van jullie boeken in de verkoop voorbij komt. Dit leidt enorm af en is dus erg storend.

    Ik begrijp dat jullie ook moeten verdienen maar doe dat dan op een andere manier.

    Graag een positieve reactie

    groet,
    Marianne Burgers.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze artikelen vind je vast ook interessant: