Menu

Onderdeel van Pixfactory

Klein geaderd witje

Elk voorjaar wordt je tóch weer verrast. Een vlinder! Een witte! Zou het een oranjetipje zijn!? Enigszins teleurgesteld kom je tot de ontdekking dat het ‘slechts’ een klein geaderd witje betreft. Die teleurstelling is totaal overbodig. Het klein geaderd witje is een prachtig vlindertje en een voorjaarsbode pur sang.
Recht van voren ziet het geaderd witje er behoorlijk schattig uit. Fotograaf: Chris Ruijter

Het klein geaderd witje is, weinig verbazend, een lid van de familie der Witjes (Pieridae) waartoe onder andere ook het klein en groot koolwitje en het oranjetipje behoren. Het groot geaderd witje is ook een lid uit die familie, maar is door nog onbekende oorzaak sinds 1975 uit ons land verdwenen.

Het klein geaderd witje is een zeer veel voorkomend vlindertje met een voorvleugellengte van zo’n 22 mm. Hij kreeg zijn naam door de groene, soms grijze, bestuiving van de ‘aders’ die door de vleugels lopen. Dit betreft overigens alleen de buitenzijde van de vleugels en is alleen bij de voorjaarsgeneratie duidelijk waarneembaar. Die generatie ontpopt na te hebben overwinterd, grofweg rond de eerste mooie dagen in maart of april. Het witje vliegt in drie generaties rond, met pieken begin mei, eind juli en eind augustus.

Daar het een neef is van het oranjetipje, is het ook een liefhebber van pinksterbloem en look-zonder-look. Bij uitstek de waardplanten voor dit kleine witje. Hoewel de eitjes van zowel het oranjetipje als het klein geaderd witje gelegd worden op deze planten, bestaat er weinig concurrentie tussen de rupsen. De rups van het witje eet de bladeren waar de rups van het tipje de zaden en de bloemen eet. Voor ieder wat wils. Zo regel je dat binnen de familie.

Net als alle vlinders is het een gewillige prooi voor een scala aan dieren. Vleermuizen, vogels, reptielen, spinnen en insecten doen zich jaarrond tegoed aan het klein geaderd witje. De meeste redden het niet tot volle wasdom.

Vroeg in de ochtend zijn het echte zittenblijvers. Fotograaf: Carla Schouten

Fototips

  • Het fotograferen van dit witje is niet heel anders dan het fotograferen van andere vlindersoorten. Ben je een ochtendmens, zoek een gebied uit waar ze veelvuldig voorkomen en ga zoeken. Je kunt ook in de avond gaan zodat je kunt profiteren van het licht van de ondergaande zon. Zo weet je ook weer waar ze zich de daarop volgende ochtend bevinden! Maar dat is dan weer voor de ochtendmensen.
  • Midden op de dag fotograferen kan natuurlijk ook. Het is dan lastiger dichtbij komen omdat ze ontzettend actief zijn. Het is een vlindertje met een grote nectarbehoefte en zal nooit lang stilzitten op één en dezelfde bloem. Heb je geluk, dan tref je een parend stel aan. Door het ongemak bij het vliegen zijn ze iets minder geneigd het luchtruim te kiezen en dus wat beter benaderbaar.
  • Probeer in plaats van beeldvullend de vlinder te kaderen ook eens wat verder weg te fotograferen of juist nóg wat dichterbij. Als ze goed stilzitten zal het je verbazen hoe dichtbij je kunt komen. Door wat verder af te gaan staan kun je wat meer van de omgeving bij je beeld betrekken.
  • Wat het ook goed doet bij vlinderfotografie is om ze in plaats vanaf de zijkant, recht van voren vast te leggen. De ogen komen dan erg goed uit en vaak krijgen ze een erg guitige uitstraling.

Leefomgeving

Het klein geaderd witje is een zeer algemene standvlinder en wordt in heel Nederland gesignaleerd, inclusief op de eilanden. Het stelt weinig eisen aan zijn leefomgeving maar heeft wel een voorkeur, nog meer dan de andere witjes, voor een vochtige omgeving. Moerassen, broekbossen en andere natte terreinen zijn favoriet. Uiteraard komt hij ook voor in parken en tuinen, maar is over het algemeen wat gelukkiger in een wat meer natuurlijk terrein. Waar de koolwitjes echte stadsmensen zijn, is dit witje toch meer een liefhebber van het buitengebied.

Vindtijd

Je kunt het klein geaderd witje aantreffen van maart tot en met oktober. Door de piek midden april begin mei is het bij uitstek een soort om te zoeken en te vinden wanneer ze ’s avonds zijn gaan slapen of wanneer ze ’s ochtends nog niet wakker zijn. Door de gematigde temperaturen en vroeg gebrek aan licht in de avond, zoeken ze al vroeg een slaapplek uit. Gebeuren er ’s nachts geen gekke dingen, vindt je ze daar in de ochtend geheid weer. Doordat het in het begin van het voorjaar vaak nog koud is, heb je ruim de tijd om ze te fotograferen.

Meer weten?

Bescherming

Niet wettelijk beschermd.

Kwetsbaarheid

Niet kwetsbaar.

Verspreidingskaart

En dan nog dit!

De paring bij deze vlindersoort duurt lang. Pikant detail is dat de paring met een maagdelijk mannetje zo’n 2 uur duurt en met een meer ervaren mannetje tot wel zo’n 7 uur.

4 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Geef een reactie

4 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze artikelen vind je vast ook interessant: