HOME < IN DE ZOEKER < SOORTEN
IN DE ZOEKER

Fototips voor de paardenbloem

Wie kent hem niet, de paardenbloem. In april zijn de graslanden soms geel van deze algemene soort en enkele weken daarna wit van het vruchtpluis. Het hele jaar kom je de paardenbloem tegen, op allerlei plaatsen. Als bloem of vrucht: in beide gevallen een interessante plant om je eens verder in te verdiepen als natuurfotograaf.

Fototips voor de paardenbloem
Van dichtbij zijn de stijlen mooie details. Fotograaf: Ron Poot

De paardenbloem is een voorbeeld van een samengestelde bloem of composiet. Dat betekent dat de gele paardenbloem die je ziet in werkelijkheid bestaat uit heel veel kleine bloempjes. Als je de paardenbloem openmaakt zie je dat. Elk geel blaadje is een zelfstandige bloem met een eigen stamper, vruchtbeginsel en vijf meeldraden. Het gele blaadje is eigenlijk de bloemkroon, het beginnend vruchtpluis de kelk. Elk paardenbloempluisje is dus afkomstig van één bloem. Al die bloempjes staan bij elkaar in een hoofdje en worden bij elkaar gehouden door een omwindsel, een krans van groene blaadjes. Andere voorbeelden van samengestelde bloemen zijn madeliefje, kamille, klein hoefblad, aster en margriet. Ze behoren allemaal tot de Asterfamilie en worden ook vaak composieten genoemd.

De bladeren van paardenbloem ontspringen uit een dikke penwortel, ze staan in een rozet. De jonge bladeren zijn eetbaar, ook wel bekend onder de naam molsla. Vooral in het voorjaar zijn ze smakelijk, later worden de bladeren bitter. Aan de bloeistengel zul je nooit bladeren tegenkomen. Vind je er toch eentje met bladeren aan de stengel, weet dan dat het een andere soort uit de familie is.

De stengel van de paardenbloem is hol en als je hem plukt komt er wit melksap vrij. Dit smaakt bitter maar is geen giftig sap. Integendeel, aan de paardenbloem worden juist geneeskrachtige eigenschappen toegedicht: goed voor de lever, goed voor de spijsvertering. Aan de Latijnse naam kun je die geneeskrachtige werking al zien; Taraxacum officinalis is zijn zondagse naam, waarbij officinalis betekent: uit de apotheek afkomstig.

Half april vind je de meeste bloeiende paardenbloemen. Fotograaf: Ron Poot

Paardenbloemen groeien graag op cultuurgraslanden. Ze kunnen goed tegen bemesting en concurreren goed met de grassoorten.  De paardenbloem heeft uitgesproken voorkeur voor gronden die gestoord zijn, door grondbewerking of werkzaamheden. Op open plekken kiemen de pluisvruchtjes gemakkelijk. Met de stevige penwortel vol reservevoedsel kan de eenmaal gevestigde paardenbloem het jarenlang volhouden. Op gronden die lang stabiel en ongestoord blijven zie je paardenbloem zich langzaam aan terugtrekken.

Fototips

  • April is de maand van de graslanden vol gele paardenbloemen – en twee weken later vol wit pluis. Allebei mooi voor een landschapsfoto.
  • Pas op met fel licht, het geel van de paardenbloem kan snel dichtlopen en daardoor detail verliezen. Belicht iets onder of scherm het felle licht af met een schermpje.
  • De bloem zit vol mooie details: de gevorkte stempels en de ontvouwende bloempjes. Experimenteer eens met geringe scherptediepte.
  • Minstens zo mooi als de bloem is het vruchtpluis. Vooral ‘s morgens vroeg als er dauwdruppels op zitten.
  • Tegen de zon in verandert de pluizenbol in een mooie lantaren! Gebruik de lage ochtend- of avondzon. Wel wat onderbelichten om niet alles uitgebeten wit te krijgen.

 

Vruchtpluis precies voor de zon gezet. Fotograaf: Ron Poot

Verspreidingskaart

Nederland

België

Meer weten?

Wilde planten

Flora van Nederland

De geneeskracht van paardenbloem

Voorbeelden op Nederpix

 

En dan nog dit!

Paardenbloem tussen de gulden boterbloemen. Beide soorten planten zich in ons land voort zonder stuifmeel: “planten zonder vader”. Fotograaf: Ron Poot

Planten zonder vader, zo worden paardenbloemen wel genoemd. Dit komt omdat paardenbloemen vruchten maken zonder dat er bestuiving heeft plaatsgevonden. Apomixis heet dit verschijnsel in wetenschappelijke taal, wat maar bij enkele andere soorten ook voorkomt (bijv. havikskruid en gulden boterbloem). Gevolg is dat er hele geslachten paardenbloemen zijn die zich via de vrouwelijke lijn voortplanten en waarbij alle erfelijke eigenschappen één op één worden doorgegeven. Ondanks de aanwezigheid van meeldraden, wordt stuifmeel dus niet gebruikt. Een heel enkele keer vindt er bij uitzondering wel bevruchting plaats. Dan ontstaat er een paardenbloem met nieuwe, gemengde eigenschappen. Daarna kan deze zich weer generaties via de vrouwelijke lijn voortplanten en ontstaat er als het ware een nieuwe kloon. Door deze eigenschap is het moeilijk de paardenbloem als één soort te zien, eigenlijk is het een verzameling van klonen (sommigen zeggen microsoorten) met allemaal net iets andere uiterlijke eigenschappen en heel eigen standplaats kenmerken.

Deel dit artikel


4
REACTIES
BEKIJK REACTIES en PLAATS UW REACTIE
  1. Is het kenmerk van een kloon niet dat het een exacte copie is van het voorgaande exemplaar?
    Natuur(macro)fotografie is absoluut mijn passie en de veelzijdigheid van paardenbloemen is een voortdurende verrassing.
    Er zijn honderden manieren om deze fantastische plant/bloem in beeld te brengen., hopelijk krijgt deze geneeskrachtige- en zeer fotogenieke gift van de natuur op een dag alle verdiende respect en wordt het denigrerende woord onkruid verboden!

    1. Door Ron Poot op 23 mei 2018 om 14:10

      Klopt, klonen zijn genetisch identiek. Wel kunnen verschillen in uiterlijk optreden door standplaatsfactoren. Groet, Ron

  2. Het mooie zien in gewone dingen, dat is de kunst! Dank voor je reactie Yola!

  3. Leuk en leerzaam Ron! Ben toevallig van de week ook in de weer geweest met macro en pluizenbollen, mooi onderwerp, hoe iets gewoons iets bijzonders kan zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *