HOME < IN DE ZOEKER < SOORTEN
IN DE ZOEKER

Wolfspinnen

Er wordt wel eens beweerd dat er op elke vierkante meter meer dan 100 spinnen leven. Als dat écht waar is, moeten er van die 100 meer dan 95 wolfspinnetjes zijn. De dichtheid waarmee deze spinnetjes soms voorkomen, wordt enkel overtroffen door hun schoonheid.

spinnen photo challenge
Jong wolfspinnetje op de bloem van een herfstsedum. Fotograaf: Chris Ruijter
Delen

De familie waartoe de wolfspinnen behoren omvat een enorme hoeveelheid geslachten en soorten. Daarvan is, in ieder geval in Nederland, de meest voorkomende en bekendste, de Gewone wolfspin (Pardosa pullata). Deze kun, en zul je, veelvuldig in je tuin aantreffen. Uiteraard kun je veel meer soorten aantreffen, maar deze zijn niet allemaal eenvoudig uit elkaar te houden, zelfs niet vanaf een foto.

Alle wolfspinnen hebben een min of meer soortgelijke levenswijze en vangen hun prooi niet door middel van een web. Ze hebben een enorm goed gezichtsvermogen en zijn razend snel. Door middel van een snelle uithaal grijpen ze hun prooi. De beet, en daarmee het gif, doet de rest.

De naam wolfspin komt niet vanwege het uiterlijk. Ook al zien ze er close-up uit als echte rovers, de gelijkenis met een wolf stopt toch echt bij de overvloedige beharing van het beestje. De naam is afgeleid van het feit dat het dier in hoge mate andere spinnen binnen zijn territorium accepteert. Iets dat uniek is binnen de orde der spinnen. Vroeger werd daarom wel gedacht dat ze als ‘roedels’ hun prooien te lijf gingen. Een typische eigenschap van de echte wolf; tezamen een grote prooi uitputten en vangen.

Anders dan de kruisspin en aanverwanten, overwintert de wolfspin als spin, en niet als ei. Ze kunnen 2 tot 3 jaar oud worden en meerdere legsels per jaar grootbrengen. Ook dat grootbrengen gebeurt anders dan bij de kruisspin. Als die jongen in het voorjaar uit hun ei kruipen zijn hun ouders immers al gestorven. Moeder wolfspin doet het anders. Zij is een toegewijde moeder. De eitjes zitten in een eierzak die zij 2 tot 3 weken, vanaf ongeveer mei, bij haar draagt. Daarna kruipen de jongen op haar rug. Daar blijven zij tot hun eerste vervelling. Tot die tijd eten ze niets en hebben ze genoeg aan hun reserves.

Moeder wolfspin met jongen op haar rug. Net zo schattig als bij de fuut, toch?
Moeder wolfspin met jongen op haar rug. Net zo schattig als bij de fuut, toch? Fotograaf: Chris Ruijter

Wolfspinnen zijn overal. Mede daarom zijn ze zo’n dankbaar onderwerp voor de (macro)fotograaf. Kijk in de tuin onderaan op schuttingen, onder bladeren en planten of ga met mooi warm weer eens 5 minuten stil zitten en kijk. Hoogstwaarschijnlijk zie je binnen de kortste keren verschillende exemplaren rondscharrelen. Er zijn nog véél meer plekken waar deze spin zich thuisvoelt. In de strooisellaag van het bos, in het dorre gras tussen de heide en eigenlijk overal waar ze zich op enige manier schuil kunnen houden. Ga er op uit, doe een paar stappen van een gebaand paadje af, kijk naar beneden en je zult versteld staan. Als de temperatuur goed is, zal het krioelen van de Wolfspinnetjes.

Wolfspinnen kun je vrijwel het hele jaar door tegenkomen. Omdat ze overwinteren als spin kun je ze dus ook in de winter tegen het harige lijfje lopen. Vaak zitten ze dan weggekropen in holletjes, al dan niet gemaakt of vermaakt, met wat spinsel. De mooiste tijd is het voorjaar. Bij de eerste prille lentezonnestralen komen ze tevoorschijn en doen zich te goed aan de warmte die ze de hele winter hebben moeten missen. Ze zijn dan nog goed van vertrouwen en relatief traag. Vaak zitten ze op schuttingen, stenen en andere plaatsen die een goed uitkijkpunt vormen. Dit zijn ook altijd plekjes vanwaar ze snel weer kunnen wegduiken! Maar vrees niet. Na een tiental seconden kunnen ze de warmte van de zonnestralen niet meer weerstaan en keren ze terug op hun oude plekje.

Fototips

Vergis je niet, deze spin is fotogeniek! Met zijn ronde, fonkelende oogjes en zijn haar waar menig punker jaloers op zou zijn is het een feest voor het oog. Een vergroting die verder gaat dan 1:1 past hier heel goed. Je wilt elk haartje kunnen zien! Dit kleine spinnetje kun je, net als de familie van de springspinnen, uitermate goed portretteren op die manier. Als je dichtbij genoeg kunt komen…

Rond de tijd dat ze na de winter weer tevoorschijn komen begint ook het baltsgedrag. Het mannetje moet zich nu van zijn beste kant laten zien. Zonder gêne en zelfverzekerd kruipt hij richting zijn vrouw. Hoog op zijn pootjes wuift hij met zijn opgepoetste palpen (tot een soort multitool-achtige vergroeide monddelen) lustig en schokkerig heen en weer. De bewegingen lijken nog het meest op soort stop-motion film. Geweldig om te zien. Met een beetje mazzel en behendigheid kun je met je camera met macrolens tussen beide komen zonder het gedrag te veel te beïnvloeden. Geduld en rustige bewegingen zijn hierbij het meest belangrijk. Een speciale macroflitser kan uitkomst bieden omdat het daar helemaal beneden op de grond, onder de bladeren, nogal donker kan zijn. Je kunt ook zelf iets fabriceren om de ingebouwde flitser van je toestel te verlengen tot voorbij je lens. Zijn ze niet verstoord en is zij onder de indruk, dan wordt er gepaard. Het mannetje mag, met diezelfde palpen, zijn vrouwtje bevruchten.

Heel veel apparatuur voor een heel klein spinnetje. Als je goed kijkt zie je haar zitten voor de lens.
Heel veel apparatuur voor een heel klein spinnetje. Als je goed kijkt zie je haar zitten voor de lens. Fotograaf: Chris Ruijter

Als het vrouwtje de eitjes in haar zelf gesponnen eierzakje heeft gestopt neemt ze dit zakje, dat bevestigt is aan haar spintepels, overal mee naar toe. Een mooi fotomoment, waarvan toch lastig een goede foto te maken is. Van de zijkant is het zakje mooi te zien, maar is de spin minder indrukwekkend. Vanaf de voorzijde is het lastig de spin én het zakje in beeld te krijgen.

Wanneer het tijd is voor de eitjes om uit te komen bijt de spin het zakje open en kruipen de jonge spinnetjes op haar rug. Je kunt de kersverse moeders dan als een soort van bruine braampjes over de grond zien kruipen. Met een vergroting van 1:1, de standaard bij een macrolens, kun je dit prachtig in beeld brengen maar je kunt er ook voor kiezen om nóg verder te gaan. De afzonderlijke babyspinnetjes samengepakt als een golvend dekentje dat over mama-spin ligt. De lezer die het niet zo heel erg op spinnen heeft zal na de vorige zin waarschijnlijk voorgoed afhaken. Dat is prima. Je houdt van ze of je haat ze.

Ze zijn nu wel schuwer dan normaal, dus voorzichtigheid is nog meer dan normaal het devies. Schichtig en zenuwachtig schieten ze voor alles en iedereen weg.

De jonge spinnetjes zijn in een hoge dichtheid aanwezig. Althans, voor kort. Menigeen eindigt in een hongerig jong vogelbekje. Degenen die overblijven en het redden trekken de wijde wereld in. Je kunt ze dan ook hogerop vinden. Op bloemen bijvoorbeeld, jagend en al. En stoer. Op sokken. Als er een vlieg landt maken ze zich snel uit de voeten! Het contrast tussen de donkere, harige spin en een frisse, knallende bloem kan een mooie foto opleveren.

Verspreidingskaart

Verspreiding

Meer weten?

Wikipedia

En dan nog dit!

Naast de Wolfspin is er nog een aantal hele fotogenieke spinnetjes te vinden in de tuin. De Kraamwebspinnen ( Pisauridae) en de Springspinnen (Salticidae) zijn minstens zo leuk. En minstens zo’n uitdaging!

Deel dit artikel


4
REACTIES
BEKIJK REACTIES en PLAATS UW REACTIE
  1. Mooi stuk. Leuk te zien, dat we de flitsbelichting op verschillende manieren verbeteren.

    1. Ja, als het werkt….!

  2. Ik moet dus ook eens op zoek in de tuin! Mooi verhaal met foto’s. Zeker de eerste foto vind ik geweldig.

    1. Dank je wel Judith! Rond nu ongeveer moeten de jongen wel tevoorschijn gaan komen 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *